Art. 50 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Controle op voor de visserij beperkte gebieden
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Op de visserijactiviteiten van de communautaire vissersvaartuigen en vissersvaartuigen van derde landen in visserijzones waar door de Raad een voor de visserij beperkt gebied is ingesteld, wordt controle uitgeoefend door het visserijcontrolecentrum van de kustlidstaat, dat beschikt over een systeem om te detecteren en te registreren wanneer vaartuigen voor de visserij beperkte gebieden binnenvaren, erdoor varen en verlaten.
2. Naast het bepaalde in lid 1 stelt de Raad een datum vast vanaf welke de vissersvaartuigen een operationeel systeem aan boord dienen te hebben dat de kapitein waarschuwt bij het binnenvaren en het verlaten van een voor de visserij beperkt gebied.
3. De gegevens worden ten minste om de 30 minuten doorgestuurd als een vissersvaartuig een voor de visserij beperkt gebied binnenvaart.
4. Vissersvaartuigen die niet in een voor de visserij beperkt gebied mogen vissen, mogen door een voor de visserij beperkt gebied varen op voorwaarde dat:
a) alle zich aan boord bevindend vistuig tijdens de doorvaart is vastgemaakt en geborgen, en
b) de snelheid tijdens het doorvaren niet minder dan zes knopen bedraagt, behalve in geval van overmacht of als de omstandigheden tegenzitten. In zulke gevallen waarschuwt de kapitein onmiddellijk het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat, die vervolgens de bevoegde autoriteiten van de kustlidstaat op de hoogte brengt.
5. Dit artikel geldt voor communautaire vissersvaartuigen en voor vissersvaartuigen uit derde landen met een lengte van 12 m over alles of meer.