Art. 70, Algemene beginselen en definities
1. Voor de toepassing van het onderhavige hoofdstuk is artikel 47 van toepassing.
2. Voor de toepassing van artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 op landbouwers voor wie de verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden als bedoeld in de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 gelden, wordt onder de indiening van de in artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde steunaanvraag de jaarlijkse indiening van de verzamelaanvraag verstaan.
3. Indien meer dan één betaalorgaan verantwoordelijk is voor het beheer van de verschillende in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde steunregelingen, van de in artikel 36, onder a), punten i) tot en met v), en onder b), punten i), iv) en v), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde maatregelen en van de betalingen die verband houden met de regelingen waarin de artikelen 85 septdecies, 103 octodecies en 103 novodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 voorzien, zorgen de lidstaten ervoor dat geconstateerde gevallen van niet-naleving en, in voorkomend geval, de overeenkomstige verlagingen en uitsluitingen onder de aandacht van alle bij die betalingen betrokken betaalorganen worden gebracht, met inbegrip van gevallen waarin de niet-inachtneming van subsidiabiliteitscriteria tevens een niet-naleving inhoudt en omgekeerd. De lidstaten zorgen er in voorkomend geval voor dat één verlagingspercentage wordt toegepast.
4. Gevallen van niet-naleving worden geacht te zijn „geconstateerd” indien zij worden vastgesteld doordat controles van welke aard ook overeenkomstig de onderhavige verordening zijn uitgevoerd of nadat zij op welke andere wijze ook onder de aandacht van de bevoegde controleautoriteit of, in voorkomend geval, het betaalorgaan zijn gebracht.
5. Behoudens overmacht en buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 75 van de onderhavige verordening wordt, wanneer een landbouwer voor wie de verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden als bedoeld in de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 gelden, geen verzamelaanvraag heeft ingediend op de in artikel 11 van de onderhavige verordening bedoelde uiterste datum, een verlaging van 1 % per werkdag toegepast. De maximale verlaging bedraagt 25 %. De verlaging is van toepassing op het totale, in het kader van de betalingen op grond van de regelingen waarin de artikelen 85 septdecies, 103 octodecies en 103 novodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 voorzien, te betalen bedrag, gedeeld door het in de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van die verordening bedoelde aantal jaren.
6. Indien meer dan één geval van niet-naleving is geconstateerd ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van de randvoorwaarden behoren, worden die gevallen voor de vaststelling van de verlaging overeenkomstig artikel 71, lid 1, en artikel 72, lid 1, beschouwd als één geval van niet-naleving.
7. Een geval van niet-naleving van een norm die tevens een eis inhoudt, wordt als één geval van niet-naleving beschouwd. Voor de berekening van de verlagingen wordt de niet-naleving dan geacht onder de eis te vallen.
8. Voor de toepassing van de verlagingen wordt het verlagingspercentage toegepast op het totale bedrag van:
a) de som van de rechtstreekse betalingen die is toegekend of moet worden toegekend aan de betrokken landbouwer op grond van steunaanvragen die hij heeft ingediend of nog zal indienen in de loop van het kalenderjaar van de bevinding, en
b) de som van de betalingen die verband houdt met de regelingen waarin de artikelen 85 septdecies, 103 octodecies en 103 novodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 voorzien, gedeeld door het in de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van die verordening bedoelde aantal jaren.