Art. 65 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Verlagingen en uitsluitingen ten aanzien van runderen waarvoor steun is aangevraagd
Verordening (EG) nr. 1122/2009
1. Indien ten aanzien van een steunaanvraag in het kader van de steunregelingen voor rundvee een verschil wordt vastgesteld tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig artikel 63, lid 3, geconstateerde aantal, wordt het totale bedrag van de steun waarop de landbouwer voor de betrokken premieperiode in het kader van die regelingen aanspraak kan maken, verlaagd met het overeenkomstig lid 3 van het onderhavige artikel te bepalen percentage indien voor niet meer dan drie dieren onregelmatigheden worden vastgesteld.
2. Indien voor meer dan drie dieren onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt het totale bedrag van de steun waarop de landbouwer voor de betrokken premieperiode in het kader van de in lid 1 bedoelde regelingen aanspraak kan maken, verlaagd met:
a) het overeenkomstig lid 3 bepaalde percentage indien dit niet hoger is dan 10 %;
b) tweemaal het overeenkomstig lid 3 bepaalde percentage indien dit hoger dan 10 % maar niet hoger dan 20 % is.
Is het overeenkomstig lid 3 bepaalde percentage hoger dan 20 %, dan wordt voor de betrokken premieperiode de steun waarop de landbouwer overeenkomstig artikel 63, lid 3, in het kader van die regelingen aanspraak zou kunnen maken, geweigerd.
Is het overeenkomstig lid 3 van het onderhavige artikel bepaalde percentage hoger dan 50 %, dan wordt de landbouwer bovendien nogmaals van steun uitgesloten voor het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig artikel 63, lid 3, geconstateerde aantal dieren. Dat bedrag wordt verrekend overeenkomstig artikel 5 ter van Verordening (EG) nr. 885/2006. Indien het bedrag niet volledig overeenkomstig dat artikel kan worden verrekend gedurende de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld, komt het nog uitstaande saldo te vervallen.
3. Voor de bepaling van de in de leden 1 en 2 bedoelde percentages wordt, uitgaande van de runderen waarvoor gedurende de betrokken premieperiode in het kader van alle steunregelingen voor rundvee samen steun is aangevraagd, het aantal van die runderen waarvoor onregelmatigheden zijn vastgesteld, gedeeld door het totale aantal voor die premieperiode geconstateerde runderen.
Bij toepassing van artikel 16, lid 3, tweede alinea, worden potentieel premiabele dieren die niet correct geïdentificeerd of geregistreerd overeenkomstig de identificatie- en registratieregeling voor runderen blijken te zijn, beschouwd als dieren ten aanzien waarvan onregelmatigheden zijn vastgesteld. Wat de in artikel 116 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde slachtpremie betreft, worden voor de toepassing van de onderhavige alinea alleen daadwerkelijk in het desbetreffende jaar geslachte dieren als potentieel premiabel beschouwd.
In het geval van de in artikel 111 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde zoogkoeienpremie geldt dat vastgestelde onregelmatigheden met betrekking tot de identificatie- en registratieregeling voor runderen evenredig worden verdeeld tussen het aantal dieren dat nodig is om de premie te ontvangen, en de dieren die nodig zijn voor de levering van melk en zuivelproducten als bedoeld in artikel 111, lid 2, onder b), van die verordening. Die onregelmatigheden worden echter eerst toegerekend aan het aantal dieren dat niet nodig is binnen de individuele maxima als bedoeld in artikel 111, lid 2, onder b), en artikel 112 van die verordening.
4. Indien het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig artikel 63, lid 3, geconstateerde aantal het gevolg is van opzettelijke onregelmatigheden, wordt voor de betrokken premieperiode de steun waarop de landbouwer overeenkomstig artikel 63, lid 3, in het kader van de betrokken steunregeling of -regelingen voor rundvee aanspraak zou kunnen maken, geweigerd.
Is het overeenkomstig lid 3 van het onderhavige artikel bepaalde verschil groter dan 20 %, dan wordt de landbouwer nogmaals van steun uitgesloten voor het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig artikel 63, lid 3, geconstateerde aantal dieren. Dat bedrag wordt verrekend overeenkomstig artikel 5 ter van Verordening (EG) nr. 885/2006. Indien het bedrag niet volledig overeenkomstig dat artikel kan worden verrekend gedurende de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld, komt het nog uitstaande saldo te vervallen.