Art. 6, Identificatie van de percelen landbouwgrond

1. Het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde systeem voor de identificatie van de percelen landbouwgrond wordt toegepast op het niveau van referentiepercelen zoals kadastrale of topografische percelen die een unieke identificatie van elk referentieperceel garanderen.

Voor de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en de regeling inzake een enkele areaalbetaling wordt voor elk referentieperceel een maximumoppervlakte vastgesteld die voor steun in het kader van deze regelingen in aanmerking komt. Het GIS functioneert op basis van een nationaal referentiesysteem van coördinaten. Indien verschillende coördinatensystemen worden gebruikt, zijn deze binnen elke lidstaat onderling compatibel.

De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de percelen landbouwgrond op betrouwbare wijze worden geïdentificeerd en verlangen met name dat de verzamelaanvraag vergezeld gaat van de door de bevoegde autoriteit bepaalde gegevens of documenten die het mogelijk maken elk perceel landbouwgrond te lokaliseren en te meten.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat voor ten minste 75 % van de referentiepercelen waarop een steunaanvraag betrekking heeft, ten minste 90 % van de oppervlakte van het referentieperceel subsidiabel is op grond van de bedrijfstoeslagregeling dan wel de regeling inzake een enkele areaalbetaling. Deze beoordeling wordt op jaarbasis verricht met gebruikmaking van passende statistische methoden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen