Art. 2, Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 73/2009.
Voorts wordt verstaan onder:
1. „perceel landbouwgrond”: een aaneengesloten stuk grond dat door één landbouwer is aangegeven en dat niet meer dan één enkele gewasgroep omvat; in het geval echter dat in het kader van de onderhavige verordening een afzonderlijke aangifte van het gebruik van een oppervlakte binnen een gewasgroep nodig is, wordt het perceel landbouwgrond, indien noodzakelijk, verder begrensd door dat specifieke gebruik; de lidstaten mogen aanvullende criteria vaststellen voor een verdere afbakening van een perceel landbouwgrond;
2. „blijvend grasland”: blijvend grasland als gedefinieerd in artikel 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1120/2009 (10);
3. „identificatie- en registratieregeling voor runderen”: de identificatie- en registratieregeling voor runderen die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1760/2000;
4. „oormerk”: het oormerk om dieren individueel te identificeren als bedoeld in artikel 3, onder a), en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1760/2000;
5. „gecomputeriseerd gegevensbestand voor runderen”: het in artikel 3, onder b), en artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde gecomputeriseerde gegevensbestand;
6. „dierpaspoort”: het in artikel 3, onder c), en artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde dierpaspoort;
7. „register”: het register dat houders van dieren bijhouden overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 21/2004 of artikel 3, onder d), en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1760/2000;
8. „elementen van de identificatie- en registratieregeling voor runderen”: de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 genoemde elementen;
9. „identificatiecode”: de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde identificatiecode;
10. „onregelmatigheid”: elke niet-inachtneming van de voor de toekenning van de betrokken steun relevante voorschriften;
11. „verzamelaanvraag”: de aanvraag om rechtstreekse betalingen op grond van de bedrijfstoeslagregeling en de andere oppervlaktegebonden steunregelingen;
12. „oppervlaktegebonden steunregelingen”: de bedrijfstoeslagregeling, de oppervlaktegebonden betalingen in het kader van specifieke steun, en alle steunregelingen die zijn vastgesteld bij de titels IV en V van Verordening (EG) nr. 73/2009, met uitzondering van die welke zijn vastgesteld bij titel IV, afdelingen 7, 10 en 11, van die verordening, van de afzonderlijke suikerbetaling die is vastgesteld bij artikel 126 van die verordening, en van de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit die is vastgesteld bij artikel 127 van die verordening;
13. „steunaanvraag voor dieren”: de aanvraag tot betaling van steun op grond van de regeling inzake schapen- en geitenpremies en de regelingen inzake rundvleesbetalingen zoals vastgesteld in titel IV, respectievelijk afdelingen 10 en 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009, en tot veebetalingen of grootvee-eenhedenbetalingen in het kader van specifieke steun;
14. „specifieke steun”: de in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde steun;
15. „grondgebruik”: het gebruik van de grond in de zin van het type van gewas of bodembedekker of het ontbreken van een gewas;
16. „steunregelingen voor rundvee”: de in artikel 108 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde steunregelingen;
17. „steunregeling voor schapen en geiten”: de in artikel 99 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde steunregeling;
18. „runderen waarvoor steun is aangevraagd”: runderen waarvoor in het kader van de steunregelingen voor rundvee of in het kader van specifieke steun een steunaanvraag voor dieren is ingediend;
19. „runderen waarvoor geen steun is aangevraagd”: runderen waarvoor nog geen steunaanvraag voor dieren is ingediend, maar die in aanmerking kunnen komen voor steun op grond van de steunregelingen voor rundvee;
20. „potentieel premiabel dier”: een dier dat a priori kan voldoen aan de voorwaarden om recht te geven op de steun in het betrokken aanvraagjaar;
21. „aanhoudperiode”: de periode waarin een dier waarvoor steun is aangevraagd, overeenkomstig de navolgende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1121/2009 (11) op het bedrijf moet worden gehouden:
a) de artikelen 53 en 57, wat de speciale premie voor mannelijke runderen betreft;
b) artikel 61, wat de zoogkoeienpremie betreft;
c) artikel 80, wat de slachtpremie betreft;
d) artikel 35, lid 3, wat de schapen- en geitenpremies betreft;
22. „houder van dieren”: een natuurlijke of rechtspersoon die permanent of tijdelijk verantwoordelijk is voor dieren, ook tijdens het vervoer of op een markt;
23. „geconstateerde oppervlakte”: de oppervlakte waarvoor aan alle in de voorschriften voor de toekenning van de steun gestelde voorwaarden is voldaan; in het geval van de bedrijfstoeslagregeling kan de aangegeven oppervlakte slechts als geconstateerd worden beschouwd indien deze daadwerkelijk gepaard gaat met een overeenkomstig aantal toeslagrechten;
24. „geconstateerd dier”: een dier waarvoor aan alle in de voorschriften voor de toekenning van de steun gestelde voorwaarden is voldaan;
25. „premieperiode”: de periode waarop steunaanvragen betrekking hebben, ongeacht het tijdstip waarop zij zijn ingediend;
26. „geografisch informatiesysteem” (hierna „GIS” genoemd): de in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde technieken op basis van een geautomatiseerd geografisch informatiesysteem;
27. „referentieperceel”: een geografisch begrensde oppervlakte met een in het GIS geregistreerde unieke identificatie in het identificatiesysteem van de lidstaat als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 73/2009;
28. „geografisch materiaal”: kaarten of andere documenten die worden gebruikt voor communicatie over de inhoud van het GIS tussen de aanvragers van steun en de lidstaten;
29. „nationaal referentiesysteem van coördinaten”: een systeem als bedoeld in Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad (12), dat een gestandaardiseerde meting en een unieke identificatie van percelen landbouwgrond in de gehele betrokken lidstaat mogelijk maakt;
30. „betaalorgaan”: de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 bedoelde diensten en instanties;
31. „randvoorwaarden”: de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake een goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 73/2009;
32. „terreinen van de randvoorwaarden”: de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde verschillende gebieden die worden onderscheiden voor de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, en de in artikel 6 van die verordening bedoelde eisen inzake een goede landbouw- en milieuconditie;
33. „besluit”: elk van de afzonderlijke richtlijnen en verordeningen die zijn vermeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 73/2009;
34. „normen”: de overeenkomstig artikel 6 van en bijlage III bij Verordening (EG) nr. 73/2009 door de lidstaten vastgestelde normen, alsmede de bij artikel 4 van de onderhavige verordening vastgestelde verplichtingen inzake blijvend grasland;
35. „eis”: indien gebruikt in de context van de randvoorwaarden, elke afzonderlijke uit de regelgeving voortvloeiende beheerseis die is gebaseerd op een van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde artikelen van een bepaald besluit, welke eis inhoudelijk verschilt van de andere in hetzelfde besluit gestelde eisen;
36. „niet-naleving”: elke niet-naleving van de eisen en normen;
37. „gespecialiseerde controle-instanties”: de in artikel 48 van de onderhavige verordening bedoelde nationale bevoegde controleautoriteiten die er overeenkomstig artikel 22, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 op moeten toezien dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake een goede landbouw- en milieuconditie worden nageleefd;
38. „die volgen op de betaling/dat volgt op de betaling”: voor de toepassing van de verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden in de zin van de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007: met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de eerste betaling is toegekend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 18 juli 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX3513
- CBb 9 augustus 2016, ECLI:NL:CBB:2016:247
- CBb 22 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ4257
- CBb 22 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:385
- CBb 10 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:365
- CBb 19 april 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA0355
- CBb 3 december 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BY6017
- CBb 5 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:548
- CBb 6 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:419
- CBb 16 april 2014, ECLI:NL:CBB:2014:198
- CBb 2 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:191
- CBb 2 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:190
- CBb 2 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:189
- CBb 2 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:178
- CBb 14 augustus 2013, ECLI:NL:CBB:2013:128
- CBb 29 november 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BY9902
- CBb 29 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX0433
- CBb 16 mei 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW7135