Art. 19 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Algemene bepalingen inzake landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden
Verordening (EG) nr. 1120/2009
1. Voor de toepassing van artikel 41, lid 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009 worden onder „landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden” de in de artikelen 20 tot en met 23 van de onderhavige verordening vermelde landbouwers verstaan.
2. Indien een landbouwer die zich in een bijzondere situatie bevindt, voldoet aan de voorwaarde voor de toepassing van twee of meer van de artikelen 20, 21 en 22, ontvangt hij een aantal overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, vastgestelde toeslagrechten waarvan de waarde overeenstemt met de hoogste waarde die hij kan krijgen indien elk van de artikelen waarvoor hij aan de voorwaarden voldoet, afzonderlijk wordt toegepast.
Indien een landbouwer ook in het kader van artikel 22 in aanmerking komt voor toeslagrechten, is het totale aantal toe te wijzen toeslagrechten niet hoger dan het overeenkomstig dat artikel vastgestelde aantal.
3. Indien het in de artikelen 20 en 22 bedoelde verhuurcontract verstrijkt na de uiterste datum die in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geldt voor indiening van een aanvraag in het kader van die regeling, mag de betrokken landbouwer na het verstrijken van dat verhuurcontract een aanvraag tot vaststelling van zijn toeslagrechten indienen uiterlijk op een door de lidstaat te bepalen datum, die echter niet later mag zijn dan de uiterste datum voor wijziging van de steunaanvraag in het volgende jaar.
4. Lidstaten waar, overeenkomstig de nationale wetgeving of de gangbare praktijk, onder de definitie van langetermijnverhuur ook verhuur voor vijf jaar valt, mogen beslissen om de artikelen 20, 21 en 22 op verhuurcontracten voor vijf jaar toe te passen.