Art. 22 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Huur en aankoop van verhuurde grond

Verordening (EG) nr. 1120/2009

1. Landbouwers die wat betreft de invoering van de bedrijfstoeslagregeling vóór 2009 hetzij tussen het einde van de relevante referentieperiode voor de invoering van de bedrijfstoeslagregeling en 15 mei 2004, hetzij vóór 31 januari 2009 in geval van toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voor een periode van ten minste zes jaar een bedrijf of een deel van een bedrijf hebben gehuurd waarvoor de verhuurvoorwaarden niet kunnen worden aangepast, kunnen toeslagrechten ontvangen die zijn berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het aantal hectaren dat zij hebben gehuurd.

Bij de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde criteria houden de lidstaten met name rekening met situaties waarin landbouwers niet over andere hectaren beschikken dan gehuurde hectaren.

2. Lid 1 is van toepassing op landbouwers die wat betreft de invoering van de bedrijfstoeslagregeling vóór 2009 hetzij in de referentieperiode voor de invoering ervan of vóór 15 mei 2004 hetzij — in geval van toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 — vóór 31 januari 2009 een bedrijf of een deel van een bedrijf hebben gekocht waarvan de grond in de relevante referentieperiode werd verhuurd, en die binnen één jaar na het verstrijken van het verhuurcontract met hun landbouwactiviteiten beginnen of deze uitbreiden.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder „verhuurde grond” verstaan grond die ten tijde van of na de aankoop viel onder een verhuurcontract dat nooit is verlengd tenzij de verlenging door een wettelijke verplichting was opgelegd.