Art. 15 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Ongebruikte toeslagrechten
Verordening (EG) nr. 1120/2009
1. Behalve bij overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden worden ongebruikte toeslagrechten geacht aan de nationale reserve te zijn vervallen op de dag na de uiterste datum voor wijziging van de aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, in het kalenderjaar waarin de in artikel 28, lid 3, en artikel 42 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde periode verstrijkt.
Een toeslagrecht wordt als ongebruikt beschouwd wanneer daarvoor tijdens de in de eerste alinea bedoelde periode geen betaling is verleend. Toeslagrechten waarvoor een aanvraag is ingediend en die gepaard gaan met een geconstateerde oppervlakte in de zin van artikel 2, punt 23, van Verordening (EG) nr. 1122/2009, worden als gebruikt beschouwd.
Indien de voor de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geconstateerde oppervlakte kleiner is dan de aangegeven oppervlakte, geldt het volgende om uit te maken welke van de toeslagrechten overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EG) nr. 73/2009 moeten worden toegevoegd aan de nationale reserve:
a) de geconstateerde oppervlakte wordt in aanmerking genomen te beginnen met de toeslagrechten met de hoogste waarde;
b) eerst worden de toeslagrechten met de hoogste waarde toegewezen aan die oppervlakte en vervolgens vindt toewijzing plaats in dalende volgorde van de waarde.
2. Landbouwers mogen vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan.