Art. 24 Verordening (EG) nr. 810/2009, Afgifte van een eenvormig visum
1. De geldigheidsduur van een visum en de lengte van het toegestane verblijf worden gebaseerd op het onderzoek als bedoeld in artikel 21.
Een visum kan worden afgegeven voor één, twee of meer binnenkomsten. De geldigheidsduur is niet langer dan vijf jaar.
Voor een doorreis komt de duur van het toegestane verblijf overeen met de tijd die voor de doorreis is vereist.
Onverminderd artikel 12, onder a), omvat de geldigheidsduur van het visum een extra „marge” van vijftien dagen.
De lidstaten kunnen beslissen deze extra marge niet toe te kennen om redenen van openbare orde of vanwege de internationale betrekkingen van één van de lidstaten.
2. Onverminderd artikel 12, onder a), wordt een meervoudig visum met een geldigheidsduur tussen zes maanden en vijf jaar toegekend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de aanvrager toont de noodzaak aan of motiveert zijn voornemen om veelvuldig en/of regelmatig te reizen, in het bijzonder vanwege zijn beroeps- of gezinssituatie, bijvoorbeeld in het geval van zakenlieden, ambtenaren die betrokken zijn bij regelmatige officiële contacten met lidstaten en EU-instellingen, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die reizen om deel te nemen aan scholing, studiebijeenkomsten en conferenties, gezinsleden van burgers van de Unie, gezinsleden van onderdanen van derde landen die legaal in lidstaten verblijven, alsmede zeevarenden, en
b) de aanvrager toont zijn integriteit en betrouwbaarheid aan, waaronder met name het juiste gebruik van eerder afgegeven eenvormige visa of visa met territoriaal beperkte geldigheid, zijn economische situatie in het land van herkomst en zijn werkelijke voornemen om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het aangevraagde visum.
3. De gegevens als omschreven in artikel 10, lid 1, van de VIS-verordening worden in het VIS ingevoerd wanneer is beslist het visum af te geven.