Rb. Den Haag 24 augustus 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10404

Dublin; multiple entry visum; verantwoordelijkheid. Tijdstip verlopen van een visum. artikel 12, vierde lid, Dublinverordening Verweerder heeft op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening Frankrijk verzocht om overname van het asielverzoek. Frankrijk heeft de claim geaccepteerd. Aan eiser was een mulitple entry visum afgegeven met een geldigheidsduur van 13 maart 2017 tot 8 september 2017 en een verblijfsduur van 90 dagen. Een visum verloopt als de geldigheidsduur is verstreken of de toegestane verblijfsduur is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in principe de hoofdregel heeft kunnen hanteren om bij (multiple entry) visa aan te sluiten bij de geldigheidsduur en niet bij de verblijfsduur. Dit is immers een duidelijke en hanteerbare methode en zo kan snel worden vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. De rechtbank ziet aanleiding om in het geval van eiser van de hoofdregel af te wijken omdat er geen twijfel over bestaat dat zijn visum eerder is verlopen dan op het moment dat de geldigheidsduur is verstreken. Tussen partijen is immers niet in geschil dat eisers visum met ingang van 3 augustus 2017, zoals verweerder het omschrijft, is volgelopen, omdat hij op dat moment 90 dagen in het Schengengebied heeft verbleven. Op dat moment had het visum van eiser immers geen werking meer omdat het eiser geen toegang meer gaf tot het Schengengebied en hem daar geen rechtmatig verblijf meer bood. Omdat het visum van eiser op het moment van indiening van zijn asielaanvraag op 23 februari 2018 meer dan zes maanden was verlopen, heeft verweerder ten onrechte de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken