Art. 23 Verordening (EG) nr. 810/2009, Beslissing over de aanvraag
1. Op aanvragen die overeenkomstig artikel 19 ontvankelijk zijn, wordt beslist binnen vijftien kalenderdagen na de datum van indiening.
2. Deze termijn kan in individuele gevallen worden verlengd tot ten hoogste dertig kalenderdagen, met name wanneer nader onderzoek van de aanvraag noodzakelijk is, of in geval van vertegenwoordiging, wanneer de autoriteiten van de vertegenwoordigde lidstaat worden geraadpleegd.
3. Deze termijn kan in uitzonderlijke gevallen, wanneer aanvullende documenten vereist zijn, worden verlengd tot ten hoogste zestig kalenderdagen.
4. Tenzij de aanvraag ingetrokken is, wordt beslist:
a) een eenvormig visum af te geven overeenkomstig artikel 24;
b) een visum met territoriaal beperkte geldigheid af te geven overeenkomstig artikel 25;
c) een visum te weigeren overeenkomstig artikel 32, of
d) de behandeling van de aanvraag af te breken en over te dragen aan de bevoegde autoriteiten van de vertegenwoordigde lidstaat overeenkomstig artikel 8, lid 2.
Het feit dat het nemen van vingerafdrukken fysiek onmogelijk is, overeenkomstig artikel 13, lid 7, onder b), mag geen invloed hebben op de afgifte of de weigering van een visum.