Art. 53 Verordening (EG) nr. 73/2009, Rund- en kalfsvleesbetalingen
1. De lidstaten die artikel 68, lid 2, onder a), i), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hebben toegepast en de nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast, mogen het aandeel van de in artikel 40 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1782/2003 opgenomen zoogkoeienpremie, geheel of gedeeltelijk behouden. In die gevallen doen zij jaarlijks een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt volgens de in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van de onderhavige verordening vastgestelde voorwaarden en met inachtneming van het overeenkomstig artikel 51, lid 2, van de onderhavige verordening bepaalde maximum verleend aan landbouwers die zoogkoeien houden.
2. In 2010 en 2011 mogen de lidstaten die artikel 68, lid 1, artikel 68, lid 2, punt a), ii), of artikel 68, lid 2, punt b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hebben toegepast en nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast, het aandeel van de in artikel 40 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de slachtpremie voor kalveren, de slachtpremie voor andere runderen dan kalveren of de speciale premie voor mannelijke runderen, geheel of gedeeltelijk behouden. In die gevallen doen zij jaarlijks een extra betaling aan landbouwers. De extra betalingen worden overeenkomstig de voorwaarden van titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van de onderhavige verordening en binnen het overeenkomstig artikel 51, lid 2, van de onderhavige verordening vastgestelde maximum verleend voor het slachten van kalveren en van andere runderen dan kalveren en voor het houden van mannelijke runderen.