Art. 57 Verordening (EG) nr. 73/2009, Nationale reserve
1. Elke nieuwe lidstaat past op zijn in artikel 40 bedoelde nationale maximum een lineaire procentuele verlaging toe, die een nationale reserve vormt.
2. De nieuwe lidstaten gebruiken de nationale reserve om, op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te wijzen aan landbouwers die zich in een bijzondere, door de Commissie volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure te omschrijven situatie bevinden.
3. Gedurende het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers in specifieke sectoren die zich in een bijzondere situatie bevinden als gevolg van de overgang naar de bedrijfstoeslagregeling.
4. De nieuwe lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om, op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten toe te wijzen aan landbouwers die na 1 januari van het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling met hun landbouwactiviteit zijn begonnen en dat jaar geen rechtstreekse betaling hebben ontvangen.
5. De nieuwe lidstaten die artikel 68, lid 1, punt c), niet toepassen, kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten vast te stellen voor landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun gekoppelde herstructurerings- en ontwikkelingsprogramma's lopen om te voorkomen dat het land wordt verlaten en om landbouwers te compenseren voor specifieke nadelen in die gebieden.
6. Voor de toepassing van de leden 2 tot en met 5, kunnen de lidstaten het eenheidsbedrag van de toeslagrechten waarover de betrokken landbouwer beschikt tot een maximum van 5 000 EUR verhogen of kunnen zij nieuwe toeslagrechten aan de betrokken landbouwer toewijzen.
7. De nieuwe lidstaten passen een lineaire verlaging op de toeslagrechten toe indien hun nationale reserve ontoereikend is om de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde gevallen te dekken.