Art. 51 Verordening (EG) nr. 73/2009, Algemene bepalingen

Verordening (EG) nr. 73/2009

1. De lidstaten die krachtens titel III, hoofdstuk 5, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 betalingen in de sectoren schapenvlees en geitenvlees of de betalingen voor rund- en kalfsvlees hebben toegekend, kunnen vóór 1 augustus 2009 besluiten deze betalingen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden verder toe te kennen. Zij kunnen ook besluiten het aandeel van hun nationale maxima dat moet worden gebruikt voor de toekenning van deze betalingen vast te stellen op een lager niveau dan het niveau waartoe is besloten overeenkomstig artikel 64, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Indien een lidstaat dit besluit niet neemt, worden de betalingen met ingang van 2010 overeenkomstig artikel 66 van deze verordening in de bedrijfstoeslagregeling geïntegreerd.

In het geval van de in artikel 53, lid 2, van deze verordening bedoelde betalingen voor rund- en kalfsvlees kunnen de lidstaten voor 1 augustus 2010 ook besluiten de betalingen niet toe te kennen, maar deze met ingang van 2011 overeenkomstig artikel 66 van deze verordening in de bedrijfstoeslagregeling te integreren.

Lidstaten die op grond van artikel 68 ter van Verordening (EG) nr. 1782/2003 de betalingen voor groenten en fruit volledig of gedeeltelijk van de bedrijfstoeslagregeling hebben uitgesloten, kunnen:

a) met ingang van 2010 de betalingen voor groenten en fruit toekennen volgens de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en in overeenstemming met het op grond van artikel 68 ter, leden 1 en 2, en artikel 143 ter quater, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 genomen besluit, of

b) voor 1 augustus 2009 besluiten de op grond van artikel 68 ter van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de bedrijfstoeslagregeling uitgesloten betalingen voor groenten en fruit overeenkomstig artikel 66 van deze verordening in de bedrijfstoeslagregeling te integreren, of

c) voor 1 augustus 2009 besluiten de overgangsbetaling voor groenten en fruit onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden toe te kennen op een lager niveau dan het niveau waartoe is besloten overeenkomstig van artikel 68 ter van Verordening (EG) nr. 1782/2003.

De nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast, kunnen, wanneer zij de bedrijfstoeslagregeling invoeren, besluiten de in de eerste alinea bedoelde betalingen toe te kennen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden. In het geval van de overgangsbetaling voor groenten en fruit passen de nieuwe lidstaten die artikel 143 ter quater van Verordening (EG) nr. 1782/2003 niet hebben toegepast, artikel 54 van deze verordening niet toe. In het geval van de overgangsbetaling voor groenten en fruit houden nieuwe lidstaten, voor zover van toepassing, rekening met artikel 128, lid 3, van deze verordening.

2. Al naargelang de door iedere lidstaat gemaakte keuze bepaalt de Commissie volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure een maximum voor elk van de in de artikelen 52, 53 en 54 genoemde rechtstreekse betalingen.

Dit maximum is gelijk aan het aandeel van elk type rechtstreekse betaling in de in artikel 40 bedoelde nationale maxima, vermenigvuldigd met de verlagingspercentages die de lidstaten overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 54 toepassen.