Art. 31, Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden

Voor de toepassing van de onderhavige verordening worden overmacht en uitzonderlijke omstandigheden door de bevoegde autoriteit erkend in gevallen als:

a) het overlijden van de landbouwer;

b) langdurige arbeidsongeschiktheid van de landbouwer;

c) een ernstige natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in ernstige mate heeft aangetast;

d) het door een ongeluk tenietgaan van veehouderijgebouwen van het bedrijf;

e) een epizoötie die de gehele veestapel van de landbouwer of een deel ervan heeft getroffen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen