Art. 35, Aangifte van subsidiabele hectaren

1. De landbouwer geeft aan welke percelen overeenstemmen met de subsidiabele hectaren die met een toeslagrecht gepaard gaan. Behalve in gevallen van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden moeten deze percelen ter beschikking van de landbouwer staan op een door de lidstaat vastgesteld tijdstip, maar niet later dan de in die lidstaat vastgestelde datum voor wijziging van de steunaanvraag.

2. De lidstaten kunnen, in naar behoren gemotiveerde gevallen, de landbouwer toestaan zijn aangifte te wijzigen op voorwaarde dat hij het aantal hectares in acht neemt dat overeenstemt met zijn toeslagrechten en de voorwaarden in acht neemt die worden gesteld aan de betaling voor het betrokken areaal.