Art. 40 Verordening (EG) nr. 889/2008, Gelijktijdige productie
1. Bij toepassing van de in artikel 22, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 834/2007 vastgestelde voorwaarden mag een producent op dezelfde oppervlakten eenheden voor biologische en voor niet-biologische productie exploiteren:
a) voor de productie van blijvende gewassen met een teeltperiode van ten minste drie jaar die qua ras niet gemakkelijk van elkaar kunnen worden onderscheiden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
i) de betrokken productie vindt plaats in het kader van een omschakelingsprogramma waarop de producent zich formeel vastlegt en waarin is bepaald dat binnen de kortst mogelijke tijd, maar uiterlijk binnen vijf jaar, met de omschakeling van het laatste gedeelte van de betrokken oppervlakten naar de biologische productie wordt begonnen;
ii) er zijn adequate maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de producten van de verschillende betrokken eenheden te allen tijde van elkaar gescheiden worden gehouden;
iii) de controlerende autoriteit of het controleorgaan wordt ten minste 48 uur van tevoren in kennis gesteld van de oogst van elk van de betrokken producten;
iv) na de oogst stelt de producent de controlerende autoriteit of het controleorgaan in kennis van de precieze, op de betrokken eenheden geoogste hoeveelheden, alsmede van de maatregelen die zijn genomen om de producten van elkaar te scheiden;
v) het omschakelingsplan en de controlemaatregelen als bedoeld in titel IV, hoofdstukken 1 en 2, zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteit; die goedkeuring moet elk jaar, na de start van het omschakelingsprogramma, worden bevestigd;
b) voor door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten goedgekeurde arealen voor landbouwkundig onderzoek of officiële opleiding, mits wordt voldaan aan de voorwaarden onder a) ii) iii) iv), en het relevante deel onder v);
c) voor de productie van zaaizaad, vegetatief teeltmateriaal en plantgoed, mits wordt voldaan aan de voorwaarden onder a) ii) iii) iv), en het relevante deel onder v);
d) voor grasland dat uitsluitend voor begrazing wordt gebruikt.
2. De bevoegde autoriteit kan aan bedrijven die actief zijn op het gebied van landbouwonderzoek of officiële opleiding, toestemming verlenen om biologische en niet-biologische dieren van dezelfde soort te houden, op voorwaarde dat:
a) adequate maatregelen die van tevoren aan de controlerende autoriteit of het controleorgaan zijn gemeld, zijn genomen om te garanderen dat de dieren, de dierlijke producten, de dierlijke mest en de diervoeders van de verschillende eenheden te allen tijde van elkaar gescheiden worden gehouden;
b) de producent de controlerende autoriteit of het controleorgaan van tevoren in kennis stelt van elke levering of verkoop van dieren of dierlijke producten;
c) de marktdeelnemer de controlerende autoriteit of het controleorgaan in kennis stelt van de precieze hoeveelheden die in de eenheden zijn geproduceerd, samen met alle kenmerken aan de hand waarvan de producten kunnen worden geïdentificeerd, en hij bevestigt dat de maatregelen om de producten van elkaar gescheiden te houden, zijn toegepast.