Art. 38 Verordening (EG) nr. 889/2008, Dieren en dierlijke producten

Verordening (EG) nr. 889/2008

1. Wanneer niet-biologisch gehouden dieren op een bedrijf zijn binnengebracht overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder a) ii), van Verordening (EG) nr. 834/2007 en artikel 9 en/of artikel 42 van de onderhavige verordening en wanneer dierlijke producten bestemd zijn om als biologische producten te worden verkocht, moeten de productievoorschriften als bedoeld in de artikelen 9, 10, 11 en 14 van Verordening (EG) nr. 834/2007 en in titel II, hoofdstuk 2, en, in voorkomend geval, artikel 42 van de onderhavige verordening, zijn toegepast gedurende ten minste:

a) twaalf maanden voor paardachtigen en runderen, met inbegrip van bubalus en bizon, die voor de vleesproductie bestemd zijn, en in elk geval gedurende ten minste driekwart van hun levensduur;

b) zes maanden voor kleine herkauwers, varkens en voor de melkproductie bestemde dieren;

c) tien weken voor voor de vleesproductie bestemd pluimvee dat vóór het bereiken van de leeftijd van drie dagen in het bedrijf is binnengebracht;

d) zes weken voor voor de eierproductie bestemd pluimvee.

2. Wanneer niet-biologisch gehouden dieren op een bedrijf aanwezig zijn aan het begin van de omschakelingsperiode overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder a) iii), van Verordening (EG) nr. 834/2007, kunnen de van die dieren afkomstige producten als biologisch worden beschouwd indien de omschakeling gelijktijdig voor de gehele productie-eenheid plaatsvindt, inclusief voor dieren, weidegronden en/of voor diervoeders gebruikte grond. De totale gecombineerde omschakelingsperiode voor dieren en hun jongen die reeds op het bedrijf aanwezig zijn, weidegronden en/of voor diervoeders gebruikte grond kan worden beperkt tot 24 maanden indien de dieren voornamelijk worden gevoederd met van de productie-eenheid afkomstige producten.

3. Producten van de bijenteelt mogen alleen onder verwijzing naar de biologische productiemethode worden verkocht, indien de voorschriften voor de biologische productie gedurende ten minste één jaar zijn nageleefd.

4. De omschakelingsperiode voor bijenstallen geldt niet bij toepassing van artikel 9, lid 5, van deze verordening.

5. Tijdens de omschakelingsperiode moet de bijenwas worden vervangen door van de biologische bijenteelt afkomstige bijenwas.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen