Art. 4 VIS-verordening, Definities

Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „visum”:

a) een „visum voor kort verblijf” in de zin van artikel 11, lid 1, onder a), van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

b) een „doorreisvisum” in de zin van artikel 11, lid 1, onder b), van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

c) een „transitvisum voor luchthavens” in de zin van deel I, punt 2.1.1, van de gemeenschappelijke visuminstructies;

d) „visum met territoriaal beperkte geldigheid” in de zin van artikel 11, tweede lid, en de artikelen 14 en 16 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

e) een „nationaal visum voor verblijf van langere duur dat tevens geldt als visum voor kort verblijf” in de zin van artikel 18 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

2. „visumsticker”: het uniforme visummodel (zelfklever) in de zin van Verordening (EG) nr. 1683/95;

3. „visumautoriteiten”: de autoriteiten die in elke lidstaat verantwoordelijk zijn voor het behandelen van en het nemen van beslissingen over visumaanvragen of voor beslissingen tot nietigverklaring, intrekking of verlenging van visa, met inbegrip van de centrale visumautoriteiten en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van visa aan de grens overeenkomstig Verordening (EG) nr. 415/2003 van de Raad van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens, inclusief aan transiterende zeelieden (19);

4. „aanvraagformulier”: het geharmoniseerde formulier voor de indiening van een aanvraag voor een eenvormig visum van bijlage 16 bij de gemeenschappelijke visuminstructies;

5. „aanvrager”: eenieder die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (20), visumplichtig is en een visumaanvraag heeft ingediend;

6. „leden van de groep”: aanvragers die om wettelijke redenen verplicht zijn gezamenlijk het grondgebied van de lidstaten binnen te komen en te verlaten;

7. „reisdocument”: een paspoort of een ander, gelijkwaardig document dat de houder ervan het recht geeft de buitengrenzen te overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht;

8. „bevoegde lidstaat”: de lidstaat die de gegevens in het VIS heeft ingevoerd;

9. „verificatie”: het proces waarbij reeksen gegevens worden vergeleken om vast te stellen of een beweerde identiteit correct is (één-op-éénvergelijking);

10. „identificatie”: het proces waarbij de identiteit van een persoon wordt vastgesteld door middel van opzoekingen in een database en vergelijking met verscheidene reeksen gegevens (één-op-veelvergelijking);

11. „alfanumerieke gegevens”: gegevens weergegeven door letters, cijfers, speciale karakters, spaties en leestekens.

Uitspraken die dit artikel aanhalen