Art. 3 VIS-verordening, Beschikbaarheid van gegevens met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten
Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)
1. De aangewezen autoriteiten van de lidstaten kunnen in een specifiek geval en na een gemotiveerd schriftelijk of elektronisch verzoek toegang krijgen tot de in het VIS opgeslagen gegevens als bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14, indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat raadpleging van de VIS-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten. Europol mag toegang hebben tot het VIS binnen de grenzen van haar mandaat en indien zulks nodig is voor het vervullen van haar taken.
2. De in lid 1 bedoelde raadpleging geschiedt via centrale toegangspunten die belast zijn met het toezicht op de strikte naleving van de voorwaarden voor toegang en de procedures die zijn vastgelegd in Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (18). De lidstaten kunnen, afhankelijk van hun organisatorische en bestuurlijke structuur, meer dan één centraal toegangspunt aanwijzen om hun grondwettelijke of wettelijke vereisten na te komen. In een uitzonderlijk dringend geval kunnen de centrale toegangspunten schriftelijke, elektronische of mondelinge verzoeken aannemen en pas achteraf verifiëren of aan alle voorwaarden voor toegang is voldaan, met inbegrip van het gegeven dat er sprake was van een uitzonderlijk dringend geval. De verificatie achteraf vindt zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek plaats.
3. De krachtens het in lid 2 aangehaalde besluit in het VIS verkregen gegevens worden niet doorgegeven of ter beschikking gesteld aan een derde land of een internationale organisatie. In een uitzonderlijk dringend geval mogen dergelijke gegevens echter, uitsluitend ter voorkoming en opsporing van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten en onder de in dit besluit genoemde voorwaarden, aan een derde land of een internationale organisatie worden overgedragen of ter beschikking worden gesteld. Overeenkomstig het nationale recht zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke overdrachten geregistreerd worden en dat deze registraties op verzoek aan de nationale autoriteiten voor gegevensbescherming ter beschikking worden gesteld. De overdracht van gegevens door de lidstaat die de gegevens in het VIS heeft opgenomen, is onderworpen aan het nationale recht van die lidstaat.
4. Deze verordening laat de verplichtingen krachtens de toepasselijke nationale wetgevingen onverlet om informatie over criminele activiteiten die de in artikel 6 bedoelde autoriteiten tijdens de uitoefening van hun functies ontdekken, aan de verantwoordelijke autoriteiten mede te delen met het oog op het voorkomen, opsporen en vervolgen van de desbetreffende strafbare feiten.