Art. 21 Verordening (EG) nr. 450/2008, Opleggen van sancties
1. Iedere lidstaat stelt sancties vast voor het niet naleven van de communautaire douanewetgeving. Dergelijke sancties moeten effectief, proportioneel en afschrikkend zijn.
2. Wanneer bestuurlijke sancties worden opgelegd, kunnen deze onder meer een of beide van de volgende vormen aannemen:
a) een geldboete opgelegd door de douaneautoriteiten, in voorkomend geval met inbegrip van een schikking die in de plaats komt van een strafrechtelijke sanctie;
b) de intrekking, schorsing of wijziging van een vergunning van de betrokken persoon.
3. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk zes maanden na de datum van toepassing van dit artikel, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 188, lid 2, de in lid 1 beoogde geldende interne bepalingen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die van invloed zijn op deze bepalingen.