Art. 25 Verordening (EG) nr. 450/2008, Douanecontrole

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. De douaneautoriteiten kunnen alle controlemaatregelen nemen die zij nodig achten.

De controlemaatregelen kunnen met name inhouden onderzoek van goederen, monsterneming, verificatie van de aangiftegegevens en van de aanwezigheid en de echtheid van documenten, onderzoek van de bedrijfsboekhouding van marktdeelnemers en van andere bescheiden, controle van vervoermiddelen, controle van bagage en andere goederen die personen bij of op zich dragen, officieel onderzoek en soortgelijke handelingen.

2. Douanecontroles, andere dan steekproefcontroles, moeten hoofdzakelijk gebaseerd zijn op een met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken uitgevoerde risicoanalyse, die ertoe strekt om aan de hand van op nationaal, communautair en indien beschikbaar internationaal niveau vastgestelde criteria de risico’s in kaart te brengen en te evalueren alsmede de nodige tegenmaatregelen te ontwikkelen.

In samenwerking met de Commissie dragen de lidstaten zorg voor de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer, gebaseerd op de uitwisseling van informatie betreffende risico’s en risicoanalyse tussen de douanediensten, waarbij onder meer gemeenschappelijke criteria voor risico-evaluatie, controlemaatregelen en prioritaire controlegebieden worden vastgesteld.

Controles aan de hand van dergelijke informatie en criteria worden uitgevoerd onverminderd andere controles die worden uitgevoerd overeenkomstig de leden 1 en 2 of andere vigerende bepalingen.

3. Onverminderd lid 2 van dit artikel neemt de Commissie volgens de in artikel 184, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen tot vaststelling van:

a) een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer;

b) gemeenschappelijke criteria en prioritaire controlegebieden;

c) de tussen de douanediensten uit te wisselen informatie betreffende risico’s en risicoanalyse.