Art. 20 Verordening (EG) nr. 450/2008, Beschikkingen betreffende bindende inlichtingen

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. De douaneautoriteiten geven op formeel verzoek beschikkingen inzake bindende tariefinlichtingen, hierna „BTI-beschikkingen” genoemd, of beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen, hierna „BOI-beschikkingen” genoemd.

Een dergelijk verzoek wordt in de volgende omstandigheden afgewezen:

a) indien het verzoek reeds bij hetzelfde of een ander douanekantoor wordt of is ingediend door of namens de houder van een beschikking in verband met dezelfde goederen en, als het BOI-beschikkingen betreft, in de omstandigheden die ook voor het verkrijgen van de oorsprong bepalend zijn;

b) indien het verzoek geen verband houdt met een voorgenomen gebruik van de BTI- of BOI-beschikking of een voorgenomen gebruik van een douaneregeling.

2. BTI- of BOI-beschikkingen zijn slechts verbindend met betrekking tot de tariefindeling of de vaststelling van de oorsprong van de goederen.

Deze beschikkingen binden de douaneautoriteiten jegens de houder van de beschikking slechts ten aanzien van goederen waarvoor de douaneformaliteiten worden vervuld na de datum waarop de beschikking van kracht wordt.

De beschikkingen binden de houder van de beschikking jegens de douaneautoriteiten slechts met ingang van de datum waarop hem mededeling van de beschikking wordt gedaan of wordt geacht te zijn gedaan.

3. BTI- of BOI-beschikkingen gelden voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop de beschikking van kracht wordt.

4. Voor de toepassing van een BTI- of BOI-beschikking in het kader van een specifieke douaneregeling dient de houder van de beschikking te kunnen aantonen dat:

a) in het geval van een BTI-beschikking, de aangegeven goederen in elk opzicht overeenstemmen met de in de beschikking omschreven goederen;

b) in het geval van een BOI-beschikking, de betrokken goederen en de omstandigheden die voor het verkrijgen van de oorsprong bepalend zijn, in elk opzicht overeenstemmen met de in de beschikking omschreven goederen en omstandigheden.

5. In afwijking van artikel 16, lid 6, en artikel 18, worden BTI- of BOI-beschikkingen nietig verklaard indien zij op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de aanvrager zijn getroffen.

6. BTI- of BOI-beschikkingen worden ingetrokken overeenkomstig artikel 16, lid 6, en artikel 19.

Zij kunnen niet worden gewijzigd.

7. De Commissie neemt volgens de in artikel 184, lid 2, bedoelde procedure maatregelen voor de uitvoering van de leden 1 tot en met 5 van dit artikel.

8. Onverminderd artikel 19 worden maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die:

a) de voorwaarden waaronder en het tijdstip waarop een BTI- of BOI-beschikking haar geldigheid verliest;

b) de voorwaarden waaronder en de periode tijdens welke een beschikking als bedoeld onder a) nog mag worden gebruikt in het kader van vaste en definitieve en op de beschikking gebaseerde contracten die werden gesloten voordat deze haar geldigheid verloor;

c) de voorwaarden waarop de Commissie beschikkingen kan geven waarbij lidstaten verzocht worden een beschikking inzake bindende inlichtingen die verschillen van bindende inlichtingen in andere beschikkingen over hetzelfde onderwerp, in te trekken of te wijzigen;

vastleggen, vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

9. Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die de voorwaarden waaronder andere beschikkingen inzake bindende inlichtingen worden getroffen, vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.