Art. 59 Verordening (EG) nr. 216/2008, Begroting
1. De ontvangsten van het Agentschap bestaan uit:
a) een bijdrage van de Gemeenschap;
b) een bijdrage van Europese derde landen waarmee de Gemeenschap de in artikel 66 bedoelde overeenkomsten heeft gesloten;
c) de door aanvragers en houders van door het Agentschap afgegeven certificaten en erkenningen betaalde tarieven, en
d) vergoedingen voor publicaties, opleiding en andere door het Agentschap geleverde diensten, en
e) vrijwillige financiële bijdragen van lidstaten, derde landen of andere entiteiten, voor zover deze bijdragen de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Agentschap niet in het gedrang brengen.
2. De uitgaven van het Agentschap bestaan uit personele, administratieve, infrastructuur- en werkingskosten.
3. De ontvangsten en uitgaven moeten in evenwicht zijn.
4. De begroting voor de uitwerking van regelgeving en de tarieven die voor certificatieactiviteiten worden vastgesteld en geïnd, worden afzonderlijk in de begroting van het Agentschap vermeld.
5. De raad van beheer stelt jaarlijks, op basis van een ontwerpraming, de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar vast.
6. De in lid 4 bedoelde raming van de ontvangsten en uitgaven, die het voorlopige organigram en werkprogramma omvat, wordt uiterlijk op 31 maart door de raad van beheer toegestuurd aan de Commissie en de landen waarmee de Commissie de in artikel 66 bedoelde overeenkomsten heeft gesloten.
7. De raming wordt samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie ingediend bij de begrotingsautoriteit.
8. Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting, op in het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig artikel 272 van het Verdrag voorlegt aan de begrotingsautoriteit.
9. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed die bestemd zijn voor de subsidie aan het Agentschap. De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het Agentschap vast.
10. De begroting wordt vastgesteld door de raad van beheer. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.
11. De raad van beheer stelt de begrotingsautoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van de begroting kunnen hebben, met name de onroerendgoedprojecten, zoals de huur of aankoop van gebouwen. Hij brengt de Commissie daarvan op de hoogte.
Indien een tak van de begrotingsautoriteit kennis heeft gegeven van zijn voornemen om een advies te verstrekken, doet hij dit binnen zes weken na kennisgeving van het project toekomen aan de raad van beheer.