Art. 55 Verordening (EG) nr. 216/2008, Onderzoek van ondernemingen
1. Het Agentschap kan ter uitvoering van de artikelen 7, 20, 21, 22, en 23 en van artikel 24, lid 2, alle nodige onderzoeken bij ondernemingen zelf verrichten dan wel door de nationale luchtvaartautoriteiten of gekwalificeerde instanties laten verrichten. Deze onderzoeken worden verricht met inachtneming van de wettelijke bepalingen van de lidstaten waar ze worden uitgevoerd. Te dien einde zijn de krachtens deze verordening gemachtigde personen bevoegd:
a) de archieven, gegevens, procedures en enig ander materiaal te onderzoeken dat van belang is voor de uitvoering van de taken van het Agentschap;
b) kopieën of uittreksels te maken van dergelijke archieven, gegevens, procedures en ander materiaal;
c) een mondelinge toelichting ter plaatse te vragen;
d) betrokken panden, grond of vervoermiddelen van ondernemingen te betreden;
e) inspecties van luchtvaartuigen uit te voeren in samenwerking met de lidstaten.
2. De ten behoeve van de in lid 1 genoemde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het onderwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld.
3. Tijdig voor het onderzoek stelt het Agentschap de lidstaat op wiens grondgebied het onderzoek dient plaats te vinden in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. De gemachtigde personen worden op verzoek van het Agentschap bij de uitvoering van hun taken bijgestaan door ambtenaren van de betrokken lidstaat.