Art. 54 Verordening (EG) nr. 216/2008, Inspectie van lidstaten

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. Onverminderd de door het Verdrag aan de Commissie toegekende uitvoeringsbevoegdheden verleent het Agentschap de Commissie bijstand bij het toezicht op de toepassing van deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften ervan door normalisatie-inspecties van de bevoegde instanties van de lidstaten te verrichten, zoals gespecificeerd in artikel 24, lid 1. Te dien einde zijn de op grond van deze verordening gemachtigde ambtenaren, en die welke door de aan deze inspecties deelnemende nationale autoriteiten zijn gedetacheerd, bevoegd om, met inachtneming van de wetgeving van de betrokken lidstaat:

a) de relevante archieven, gegevens en procedures te onderzoeken, alsmede elk ander materiaal dat voor het bereiken van een veiligheidsniveau in de luchtvaart in overeenstemming met deze verordening relevant is;

b) kopieën of uittreksels te maken van dergelijke archieven, gegevens, procedures en ander materiaal;

c) een mondelinge toelichting ter plaatse te vragen;

d) panden, grond of vervoermiddelen te betreden.

2. De ten behoeve van de in lid 1 bedoelde inspecties gemachtigde ambtenaren van het Agentschap oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het onderwerp, het doel van de inspectie en de aanvangsdatum van de inspectie zijn vermeld. Het Agentschap stelt de betrokken lidstaat tijdig vóór de inspectie in kennis van de inspectie en van de identiteit van de gemachtigde ambtenaren.

3. De betrokken lidstaat onderwerpt zich aan de inspecties en waarborgt dat de betrokken organen of personen zich ook aan de inspecties onderwerpen.

4. Indien voor een volgens dit artikel uitgevoerde inspectie een onderneming of een groep van ondernemingen dient te worden geïnspecteerd, is artikel 55 van toepassing. Indien een onderneming zich tegen de inspectie verzet, verleent de betrokken lidstaat de door het Agentschap gemachtigde ambtenaren de noodzakelijke bijstand, opdat zij de inspectie kunnen verrichten.

5. Ter toepassing van dit artikel opgestelde verslagen worden beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat waar de inspectie plaatsvond.