Art. 61 Verordening (EG) nr. 216/2008, Fraudebestrijding

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (13) onverminderd van toepassing.

2. Het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (14) en stelt onverwijld de dienovereenkomstige voorschriften vast, die op het personeel van het Agentschap van toepassing zijn.

3. De financieringsbesluiten, alsmede alle uitvoeringsovereenkomsten en -instrumenten die uit die besluiten voortvloeien, bepalen uitdrukkelijk dat de Rekenkamer en het OLAF, indien nodig, bij de begunstigden van middelen van het Agentschap en bij de tussenpersonen die verantwoordelijk zijn voor de verdeling ervan, tot controle ter plaatse kunnen overgaan.