Art. 25 Verordening (EG) nr. 216/2008, Boetes en dwangsommen
1. Onverminderd de artikelen 20 en 55 kan de Commissie op verzoek van het Agentschap:
a) personen en ondernemingen waaraan het Agentschap een certificaat heeft afgegeven, boetes opleggen, wanneer de bepalingen van deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften ervan opzettelijk of door nalatigheid niet zijn nageleefd;
b) personen en ondernemingen waaraan het Agentschap een certificaat heeft afgegeven, dwangsommen opleggen, berekend vanaf de in de beschikking gestelde datum, teneinde die personen en ondernemingen ertoe te dwingen de bepalingen van deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften ervan na te leven.
2. De in lid 1 bedoelde boetes en dwangsommen hebben een afschrikkend karakter en staan in verhouding tot de ernst van het geval en het economische vermogen van de betrokken certificaathouder, waarbij met name rekening wordt gehouden met de mate waarin de veiligheid in gevaar is gebracht. De hoogte van de boetes bedraagt maximaal 4 % van het jaarlijks inkomen of de omzet van de certificaathouder. De hoogte van de dwangsommen bedraagt maximaal 2,5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of de gemiddelde dagelijkse omzet van de certificaathouder.
3. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 65, lid 3, nadere bepalingen voor de uitvoering van dit artikel vast. Daarbij specificeert zij in het bijzonder:
a) gedetailleerde criteria voor de vaststelling van de hoogte van de boete of de dwangsom, en
b) procedures voor onderzoeken, bijbehorende maatregelen en meldingen, alsmede procedurevoorschriften voor besluitvorming, waaronder bepalingen inzake recht van verdediging, toegang tot dossiers, juridische vertegenwoordiging, vertrouwelijkheid en termijnbepalingen en de vaststelling van de hoogte en de invordering van boetes en dwangsommen.
4. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen beschikkingen van de Commissie waarin een boete of dwangsom wordt vastgesteld. Het kan de opgelegde boete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.
5. Beschikkingen die krachtens lid 1 worden genomen, zijn niet van strafrechtelijke aard.