Art. 10 Richtlijn 2008/57/EG, Het op de markt brengen van interoperabiliteitsonderdelen

Richtlijn 2008/57/EG

1. De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen opdat de interoperabiliteitsonderdelen:

a) alleen op de markt worden gebracht indien zij de interoperabiliteit van het systeem mogelijk maken door te voldoen aan de essentiële eisen;

b) binnen hun toepassingsgebied worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming en naar behoren worden geïnstalleerd en onderhouden.

Deze bepalingen vormen geen belemmering voor het op de markt brengen van deze onderdelen voor andere toepassingen.

2. De lidstaten mogen niet uit hoofde van deze richtlijn het in de handel brengen op hun grondgebied van interoperabiliteitsonderdelen met het oog op het gebruik daarvan voor het spoorwegsysteem verbieden, beperken of belemmeren, wanneer deze onderdelen aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen. In het bijzonder mogen zij geen verificaties verlangen die al zijn verricht in het kader van de procedure die tot de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik heeft geleid. De onderdelen van deze procedure zijn aangegeven in bijlage IV.