Art. 27, Controlesysteem

1. De lidstaten zetten een controlesysteem op en wijzen een of meer bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de controles ten aanzien van de bij deze verordening vastgestelde verplichtingen, zulks overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004.

2. Naast de voorwaarden genoemd in Verordening (EG) nr. 882/2004 omvat het uit hoofde van deze verordening opgezette controlesysteem ten minste de toepassing van voorzorgs- en controlemaatregelen die door de Commissie worden aangenomen overeenkomstig de procedure in artikel 37, lid 2.

3. In het kader van deze verordening worden de aard en de frequentie van de controles vastgesteld op basis van een beoordeling van het risico op onregelmatigheden en inbreuken wat betreft de naleving van de eisen van deze verordening. Alle marktdeelnemers, uitgezonderd groothandelaren die alleen handelen in voorverpakte producten en marktdeelnemers die aan de eindconsument of -gebruiker verkopen zoals beschreven in artikel 28, lid 2, worden ten minste eenmaal per jaar onderworpen aan een controle op de naleving.

4. De bevoegde autoriteit kan:

a) haar controlebevoegdheden toevertrouwen aan een of meer andere controlerende autoriteiten. De controlerende autoriteiten bieden adequate waarborgen inzake objectiviteit en onpartijdigheid, en beschikken over gekwalificeerd personeel en de middelen die nodig zijn om hun taak te vervullen;

b) controletaken overdragen aan een of meer controleorganen. In dat geval wijzen de lidstaten de autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de goedkeuring van en het toezicht op dergelijke organen.

5. De bevoegde autoriteit mag uitsluitend controletaken aan een specifiek controleorgaan delegeren indien aan de voorwaarden in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 882/2004 is voldaan, en met name indien

a) de taken die het controleorgaan mag verrichten en de voorwaarden waaronder het deze mag verrichten, nauwkeurig zijn omschreven;

b) bewezen is dat het controleorgaan:

i) over de vereiste deskundigheid, uitrusting en infrastructuur beschikt om de aan hem gedelegeerde taken te vervullen,

ii) over voldoende geschikte, gekwalificeerde en ervaren medewerkers beschikt, en

iii) onpartijdig is, en er geen sprake is van enig belangenconflict wat betreft de vervulling van de aan het orgaan gedelegeerde taken;

c) het controleorgaan wordt geaccrediteerd overeenkomstig de Europese norm EN 45011 of ISO Guide 65 „Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen” in de versie waarvan het meest recentelijk kennis is gegeven door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-reeks, en wordt erkend door de bevoegde autoriteiten;

d) het controleorgaan de bevoegde autoriteit op gezette tijden en telkens wanneer laatstgenoemde daarom verzoekt de resultaten van de verrichte controles meedeelt. Indien uit de resultaten van de controles niet-naleving blijkt of deze op waarschijnlijke niet-naleving duiden, stelt het controleorgaan onverwijld de bevoegde autoriteit hiervan in kennis;

e) tussen de delegerende bevoegde autoriteit en het controleorgaan doeltreffende coördinatie plaatsvindt.

6. Naast de bepalingen van lid 5 houdt de bevoegde autoriteit bij de erkenning van een controleorgaan rekening met de volgende criteria:

a) de te volgen standaardcontroleprocedure, die een gedetailleerde beschrijving bevat van de controlemaatregelen en de voorzorgen die het orgaan aan de onder zijn controle vallende marktdeelnemers zal opleggen;

b) de maatregelen die het controleorgaan voornemens is te nemen wanneer onregelmatigheden en/of inbreuken worden geconstateerd.

7. De bevoegde autoriteiten mogen de volgende taken niet aan controleorganen delegeren:

a) het supervisie en de audit van andere controleorganen;

b) de bevoegdheid om de in artikel 22 bedoelde uitzonderingen toe te staan, tenzij hierin is voorzien in de specifieke voorwaarden die op grond van artikel 22, lid 3, door de Commissie zijn vastgesteld.

8. Overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 882/2004 organiseren de bevoegde autoriteiten die specifieke taken delegeren aan controleorganen, waar nodig audits of inspecties van de controleorganen. Indien bij een dergelijke audit of inspectie blijkt dat deze organen de hun gedelegeerde taken niet naar behoren vervullen, kan de delegerende bevoegde autoriteit de gedelegeerde bevoegdheid weer intrekken; de bevoegdheid wordt onverwijld ingetrokken indien het controleorgaan niet tijdig passende maatregelen treft.

9. Naast de bepalingen van lid 8, moet de bevoegde autoriteit

a) ervoor zorgen dat de door het controleorgaan verrichte controles objectief en onafhankelijk zijn;

b) de doeltreffendheid van die controles nagaan;

c) kennis nemen van eventuele geconstateerde onregelmatigheden of inbreuken en toegepaste corrigerende maatregelen;

d) de erkenning van het orgaan intrekken indien het niet voldoet aan de in a) en b) genoemde eisen, of niet meer voldoet aan de in lid 5 of 6 bedoelde criteria, of niet voldoet aan de in leden 11, 12 en 14 vermelde eisen.

10. De lidstaten kennen een codenummer toe aan alle controlerende autoriteiten of controleorganen die de in lid 4 bedoelde controletaken verrichten.

11. De controlerende autoriteiten en controleorganen verlenen de bevoegde autoriteiten toegang tot hun kantoren en installaties, en geven alle informatie en hulp die de bevoegde autoriteiten nodig achten om aan de krachtens dit artikel op hen rustende verplichtingen te voldoen.

12. De controlerende autoriteiten en controleorganen zorgen ervoor dat ten minste de in lid 2 genoemde voorzorgs- en controlemaatregelen op de onder hun toezicht staande marktdeelnemers worden toegepast.

13. De lidstaten zorgen ervoor dat het opgezette controlesysteem, overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 178/2002, de traceerbaarheid van elk product in alle stadia van productie, verwerking en distributie mogelijk maakt, met name om consumenten garanties te geven dat de biologische producten zijn geproduceerd met inachtneming van de eisen van deze verordening.

14. De controlerende autoriteiten en controleorganen doen ieder jaar uiterlijk op 31 januari de bevoegde autoriteiten een lijst toekomen van de marktdeelnemers die op 31 december van het voorgaande jaar onder hun controle vielen. Een beknopt verslag van de in het voorgaande jaar verrichte controleactiviteiten wordt ieder jaar uiterlijk op 31 maart verstrekt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen