Art. 29, Bewijsstukken

1. De in artikel 27, lid 4, bedoelde controlerende autoriteiten en controleorganen geven een bewijsstuk af aan de marktdeelnemer die aan hun controles onderworpen is en die bij zijn activiteiten de bij deze verordening vastgestelde voorschriften naleeft. In het bewijsstuk worden ten minste de identiteit van de marktdeelnemer, het type of de reeks producten en de geldigheidsduur van het bewijsstuk vermeld.

2. De marktdeelnemer verifieert de bewijsstukken van zijn leveranciers.

3. Het model van het in lid 1 bedoelde bewijsstuk wordt volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld, rekening houdend met de voordelen van elektronische certificering.

Uitspraken die dit artikel aanhalen