Art. 112 Verordening (EG) nr. 718/2007, Jaarverslag en eindverslag over de uitvoering
1. Uiterlijk op 30 juni van elk jaar dient de beheersautoriteit bij de Commissie een door het gezamenlijke comité van toezicht goedgekeurd jaarverslag in over de uitvoering van het grensoverschrijdende programma. Het eerste jaarverslag wordt ingediend in het tweede jaar dat volgt op de goedkeuring van het programma.
De beheersautoriteit dient uiterlijk op 31 december van het vierde jaar dat volgt op de laatste vastlegging een eindverslag in over de uitvoering van het grensoverschrijdende programma.
2. De in lid 1 bedoelde verslagen moeten de volgende elementen omvatten:
a) de vorderingen die bij de uitvoering van het grensoverschrijdende programma en de prioriteiten zijn geboekt in het licht van de specifieke, controleerbare doelstellingen ervan, met waar mogelijk een kwantificering aan de hand van de in artikel 94, lid 1, onder d), bedoelde indicatoren op het niveau van het zwaartepunt;
b) de financiële uitvoering van het grensoverschrijdende programma met per zwaartepunt:
i) de uitgaven die door de begunstigde zijn betaald en zijn opgenomen in aan de beheersautoriteit toegezonden betalingsaanvragen en de daarmee overeenstemmende overheidsbijdrage;
ii) de totale van de Commissie ontvangen betalingen, met een kwantificering van de in artikel 111, lid 2, bedoelde financiële indicatoren, en
iii) de uitgaven die zijn betaald door de instantie die verantwoordelijk is voor het verrichten van de betalingen aan de begunstigden;
c) de maatregelen die de beheersautoriteit of het gezamenlijke comité van toezicht hebben genomen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de uitvoering te waarborgen, en met name:
i) de maatregelen op het gebied van toezicht en evaluatie, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensverzameling;
ii) in voorkomend geval, een samenvatting van belangrijke problemen die bij de uitvoering van het grensoverschrijdende programma zijn ondervonden, en van maatregelen die zijn genomen, mede naar aanleiding van op grond van artikel 113 gemaakte opmerkingen;
iii) het gebruik van technische bijstand;
d) de maatregelen die zijn genomen om informatie te verstrekken over en bekendheid te geven aan het grensoverschrijdende programma;
e) informatie over belangrijke problemen die in verband met de inachtneming van de communautaire wetgeving bij de uitvoering van het operationele programma zijn ondervonden, en de maatregelen die zijn genomen om die te verhelpen;
f) het gebruik van bijstand die tijdens de periode van de uitvoering van het grensoverschrijdende programma voor de beheersautoriteit of een andere openbare autoriteit beschikbaar is geworden na de financiële correcties bedoeld in artikel 138;
g) indien het programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, de vooruitgang die is geboekt met de uitvoering in gedeeld beheer in het gehele gebied van het grensoverschrijdende programma.
In voorkomend geval mag de in de punten a) tot en met g) van dit lid bedoelde informatie in beknopte vorm worden verstrekt.
De onder c) en f) bedoelde informatie hoeft niet te worden opgenomen als zich sinds het vorige verslag geen significante wijzigingen hebben voorgedaan.
3. De Commissie stelt de deelnemende landen in kennis van haar advies over de inhoud van de door de beheersautoriteit ingediende jaarverslagen over de uitvoering binnen drie maanden na de datum van ontvangst ervan. Voor het eindverslag over een grensoverschrijdende programma bedraagt deze termijn maximaal vijf maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verslag. Als de Commissie niet binnen de gestelde termijn heeft geantwoord, worden de verslagen geacht aanvaard te zijn.