Art. 108 Verordening (EG) nr. 718/2007, Controlesysteem

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. Voor de validering van de uitgaven zet elk deelnemend land een controlesysteem op aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de medegefinancierde goederen en diensten zijn geleverd, of de uitgaven die voor op zijn grondgebied uitgevoerde activiteiten of delen van activiteiten zijn gedeclareerd, juist zijn en of die uitgaven en daarmee samenhangende activiteiten of delen van activiteiten in overeenstemming zijn met de nationale en, indien relevant, de Gemeenschapsregels.

Daartoe wijst elk deelnemend land de controleurs aan die belast zijn met de controle van de wettigheid en de rechtmatigheid van de uitgaven die worden gedeclareerd door elke eindbegunstigde die aan de activiteit deelneemt. De deelnemende landen kunnen besluiten één controleur voor het hele programmagebied aan te wijzen.

Als alleen voor de volledige activiteit kan worden nagegaan of de medegefinancierde goederen en diensten zijn geleverd, wordt die controle verricht door de controleur van het deelnemende land waarin de eerstverantwoordelijke begunstigde gevestigd is, of door de beheersautoriteit.

2. Elk deelnemend land zorgt ervoor dat de uitgaven door de controleurs kunnen worden gevalideerd binnen een periode van drie maanden na datum van indiening door de eerstverantwoordelijke begunstigde bij de controleurs.

Vorige artikelen

Volgende artikelen