Art. 110 Verordening (EG) nr. 718/2007, Gezamenlijk comité van toezicht

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. De deelnemende landen zetten een gezamenlijk comité van toezicht op voor elk grensoverschrijdend programma, binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan de deelnemende landen van het besluit tot goedkeuring van het grensoverschrijdende programma.

Het gezamenlijke comité van toezicht komt ten minste twee keer per jaar bijeen, op initiatief van de deelnemende landen of van de Commissie.

Indien het grensoverschrijdende programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, vervult voor de begunstigde landen waar de steun op gedecentraliseerde basis wordt verstrekt, het gezamenlijke comité van toezicht de rol van sectoraal comité van toezicht als bedoeld in artikel 59.

2. Elk gezamenlijk comité van toezicht stelt zijn eigen reglement van orde op, binnen het institutionele, juridische en financiële kader van de deelnemende landen en overeenkomstig het door de Commissie vastgestelde mandaat voor een gezamenlijk comité van toezicht, zodat de taken worden vervuld in overeenstemming met deze verordening. Het reglement van orde wordt goedgekeurd in overleg met de beheersautoriteit en, indien het programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, in overleg met de nationale IPA-coördinator(en) van het (de) deelnemende land(en).

3. Het gezamenlijke comité van toezicht wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van een van de deelnemende landen of de beheersautoriteit.

Bij de samenstelling van het comité overeenkomstig artikel 102, lid 3, houden de deelnemende landen rekening met de bepalingen van artikel 87.

4. De Commissie neemt als adviseur deel aan de werkzaamheden van het gezamenlijke comité van toezicht. Een vertegenwoordiger van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds kan als adviseur aan het comité deelnemen voor de grensoverschrijdende programma's die door de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds medegefinancierd worden.

5. Het gezamenlijke comité van toezicht vergewist zich van de doeltreffendheid en de kwaliteit van de uitvoering van het grensoverschrijdende programma. Daartoe:

a) worden de criteria voor de selectie van de door het grensoverschrijdende programma te financieren activiteiten door het comité van toezicht onderzocht en goedgekeurd en worden deze criteria herzien naargelang van de programmeringsbehoeften;

b) wordt geregeld de geboekte vooruitgang met het bereiken van de specifieke doelstellingen van het grensoverschrijdende programma nagegaan op basis van documentatie die door de beheersautoriteit wordt ingediend en, indien het programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, door de operationele structuren in de deelnemende begunstigde landen;

c) onderzoekt het comité van toezicht de resultaten van de uitvoering, met name de verwezenlijking van de voor elk zwaartepunt vastgestelde doelstellingen, en de in artikel 57, lid 4, en artikel 109 bedoelde evaluaties;

d) worden de jaarverslagen en eindverslagen over de uitvoering als bedoeld in artikel 112 door het comité van toezicht onderzocht en goedgekeurd en, indien het programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, onderzoekt het comité van toezicht de verslagen als bedoeld in artikel 144;

e) wordt het comité van toezicht in kennis gesteld van het jaarlijkse controleverslag als bedoeld in artikel 105, lid 1, onder c), en, indien het programma wordt uitgevoerd uit hoofde van de overgangsregelingen van artikel 99, van het (de) jaarlijkse auditverslag(en) als bedoeld in artikel 29, lid 2, onder b), eerste streepje, en van enige andere relevante opmerkingen die de Commissie na bestudering van deze verslagen maakt;

f) is het comité van toezicht verantwoordelijk voor de selectie van activiteiten, maar het kan deze taak delegeren aan een stuurcomité dat erover verslag uitbrengt;

g) kan het comité van toezicht elke herziening of toetsing van het grensoverschrijdende programma voorstellen die erop is gericht de in artikel 86, lid 2, omschreven doelstellingen te bereiken of het beheer, met inbegrip van het financiële beheer, te verbeteren;

h) wordt elk voorstel tot wijziging van de inhoud van het grensoverschrijdende programma door het comité van toezicht onderzocht en goedgekeurd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen