Art. 56 Verordening (EG) nr. 498/2007, Dringende gevallen

Verordening (EG) nr. 498/2007

Elke lidstaat stelt de Commissie en, zo nodig, de andere betrokken lidstaten onverwijld in kennis van de vastgestelde of vermoede onregelmatigheden indien te vrezen valt dat:

a) zij zeer spoedig gevolgen buiten zijn grondgebied zullen hebben,

of

b) zij het gebruik van een nieuwe onregelmatige praktijk aan het licht brengen.