Art. 55 Verordening (EG) nr. 498/2007, Eerste melding — afwijkingen

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. Onverminderd de verplichtingen uit hoofde van artikel 70 van de basisverordening zenden de lidstaten de Commissie binnen twee maanden na afloop van elk kwartaal een overzicht toe van de onregelmatigheden waarvoor een eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling is opgemaakt.

In dat overzicht verstrekken zij in elk geval nadere gegevens omtrent:

a) het EVF, de doelstelling, het operationele programma, het prioritaire zwaartepunt en de betrokken concrete actie, alsmede de CCI-code (code commun d’identification);

b) de bepaling waarop inbreuk werd gemaakt;

c) de datum waarop voor het eerst de inlichtingen werden verkregen die hebben geleid tot het vermoeden dat een onregelmatigheid werd begaan, en de bron van die inlichtingen;

d) de bij de onregelmatigheid toegepaste praktijken;

e) voor zover van toepassing, de aspecten van die praktijken die aanleiding geven tot een vermoeden van fraude;

f) de wijze waarop de onregelmatigheid werd ontdekt;

g) voor zover van toepassing, de betrokken lidstaten en de betrokken derde landen;

h) het tijdstip waarop of de periode waarin de onregelmatigheid werd begaan;

i) de nationale diensten of instanties die de onregelmatigheid officieel hebben vastgesteld en de diensten die verantwoordelijk zijn voor de administratieve en/of gerechtelijke afhandeling;

j) de datum van de eerste administratieve of gerechtelijke vaststelling van de onregelmatigheid;

k) de identiteit van de natuurlijke en/of rechtspersonen en/of andere instanties die bij de zaak zijn betrokken, behalve indien deze informatie, gezien de aard van de desbetreffende onregelmatigheid, voor de bestrijding van onregelmatigheden geen nut heeft;

l) het totale budget en de overheidsbijdrage die voor de concrete actie zijn goedgekeurd, en de verdeling van de medefinanciering tussen communautaire en nationale bijdrage;

m) het met de onregelmatigheid gemoeide bedrag van de overheidsbijdrage en de overeenkomstige communautaire bijdrage die gevaar loopt;

n) indien nog geen enkele betaling van de overheidsbijdrage aan de onder k) bedoelde personen of andere instanties heeft plaatsgevonden, de bedragen die onverschuldigd zouden zijn betaald mocht de onregelmatigheid niet zijn ontdekt;

o) de eventuele opschorting van de betalingen en de terugvorderingsmogelijkheden;

p) de aard van de onrechtmatige uitgave.

2. In afwijking van lid 1 behoeven de volgende gevallen niet te worden gemeld:

a) gevallen waarin de enige onregelmatigheid erin bestaat dat een concrete actie in het medegefinancierde operationele programma geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd wegens faillissement van de begunstigde;

b) gevallen die door de begunstigde spontaan ter kennis van de beheers- of certificeringsautoriteit worden gebracht voordat zij door een van beide worden ontdekt, hetzij vóór, hetzij na betaling van de overheidsbijdrage;

c) gevallen die door de beheers- of certificeringsautoriteit worden ontdekt en rechtgezet vóór uitbetaling van de overheidsbijdrage aan de begunstigde en vóór opneming van de uitgave in de aan de Commissie voorgelegde uitgavenstaat.

Onregelmatigheden voorafgaand aan een faillissement en elk vermoeden van fraude moeten echter wel worden gemeld.

3. Ingeval sommige van de in lid 1 bedoelde gegevens, met name die omtrent de bij de onregelmatigheid toegepaste praktijken en de wijze waarop de onregelmatigheid werd ontdekt, niet beschikbaar zijn, vullen de lidstaten die gegevens voor zover mogelijk aan wanneer zij de Commissie de volgende kwartaallijsten toezenden.

4. Indien de nationale bepalingen in geheimhouding van het onderzoek voorzien, kunnen deze inlichtingen slechts met toestemming van de bevoegde rechterlijke instantie worden medegedeeld.

5. Indien een lidstaat geen onregelmatigheden als bedoeld in lid 1 te melden heeft, doet hij de Commissie daarvan binnen de in dat lid genoemde termijn mededeling.