Art. 28 Richtlijn 2007/46/EG, Verkoop en in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden
1. De lidstaten staan de verkoop of het in het verkeer brengen van onderdelen of technische eenheden enkel en alleen toe indien deze aan de voorschriften van de relevante regelgevingen voldoen en overeenkomstig artikel 19 naar behoren zijn gemerkt.
2. Lid 1 is niet van toepassing in het geval van onderdelen of technische eenheden die speciaal worden gebouwd of ontworpen voor nieuwe voertuigen die niet onder deze richtlijn vallen.
3. In afwijking van lid 1 mogen de lidstaten de verkoop en het in het verkeer brengen van onderdelen of technische eenheden toestaan die overeenkomstig artikel 20 van een of meer bepalingen van een regelgeving zijn vrijgesteld of die bestemd zijn voor montage op voertuigen waarvoor uit hoofde van artikel 22, 23 of 24 goedkeuringen zijn verleend die betrekking hebben op het desbetreffende onderdeel of de desbetreffende technisch eenheid.
4. In afwijking van lid 1, en tenzij anders is bepaald in een regelgevingshandeling, mogen de lidstaten de verkoop en het in het verkeer brengen van onderdelen of technische eenheden toestaan die bestemd zijn voor montage op voertuigen waarvoor, op het ogenblik dat zij in het verkeer werden gebracht, geen EG-typegoedkeuring werd verlangd op grond van deze richtlijn of Richtlijn 70/156/EEG.