Art. 24, Individuele goedkeuringen
1. De lidstaten kunnen een specifiek voertuig, al dan niet uniek, vrijstellen van de verplichting tot naleving van een of meer bepalingen van deze richtlijn of van een of meer in bijlage IV of XI genoemde regelgevingen, mits zij alternatieve voorschriften vaststellen.
Van de in de eerste alinea bedoelde bepalingen kan alleen vrijstelling worden verleend wanneer de lidstaat daartoe redelijke gronden heeft.
Met „alternatieve voorschriften” worden administratieve bepalingen en technische voorschriften bedoeld waarmee een verkeersveiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd dat voor zover praktisch haalbaar even hoog is als het niveau waarin de bepalingen van bijlage IV of bijlage XI, naargelang het geval, voorzien.
2. De lidstaten voeren geen destructieve tests uit. Zij gebruiken alle door de aanvrager beschikbaar gestelde toepasselijke informatie waaruit blijkt dat de alternatieve voorschriften in acht worden genomen.
3. De lidstaten aanvaarden de EG-typegoedkeuringen van systemen, onderdelen of technische eenheden in plaats van de alternatieve voorschriften.
4. Een aanvraag om individuele goedkeuring wordt ingediend door de fabrikant of de eigenaar van het voertuig of door een persoon die namens hen optreedt, op voorwaarde dat deze persoon in de Gemeenschap is gevestigd.
5. Een lidstaat verleent individuele goedkeuring als het voertuig in overeenstemming is met de bij de aanvraag gevoegde beschrijving en voldoet aan de van toepassing zijnde technische voorschriften, en hij geeft onverwijld, behoudens gefundeerd uitstel, een individueel goedkeuringscertificaat af.
Het formaat van het individuelegoedkeuringscertificaat is gebaseerd op het model van het EG-typegoedkeuringscertificaat in bijlage VI en bevat ten minste de informatie die nodig is om de registratieaanvraag overeenkomstig Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (13) in te vullen. Individuelegoedkeuringscertificaten mogen niet het opschrift „EG-goedkeuring” dragen.
Op een individuelegoedkeuringscertificaat wordt het identificatienummer van het desbetreffende voertuig vermeld.
6. De geldigheid van een individuele goedkeuring is beperkt tot het grondgebied van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend.
Wanneer een aanvrager een voertuig waarvoor een individuele goedkeuring is verleend, in een andere lidstaat wenst te verkopen, te registreren of in het verkeer te brengen, verstrekt de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, de aanvrager op diens verzoek een verklaring met de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd.
Met betrekking tot een voertuig waarvoor een lidstaat een individuele goedkeuring heeft verleend overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, staat een andere lidstaat de verkoop, de registratie of het in het verkeer brengen ervan toe, tenzij die lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan zijn eigen technische voorschriften.
7. De lidstaten verlenen op verzoek van de fabrikant of de eigenaar van het voertuig individuele goedkeuring voor een voertuig dat voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn en de regelgevingen die, naargelang het geval, zijn vermeld in bijlage IV of bijlage XI.
In dergelijk geval aanvaarden de lidstaten de individuele goedkeuring en staan zij de verkoop, de registratie of het in het verkeer brengen van het voertuig toe.
8. De bepalingen van dit artikel mogen worden toegepast op voertuigen waarvoor een typegoedkeuring overeenkomstig deze richtlijn is verleend en die vóór hun eerste registratie of vóór het voor het eerst in het verkeer brengen zijn gewijzigd.