Art. 23 Richtlijn 2007/46/EG, Nationale typegoedkeuring van kleine series
1. Voor voertuigen die met inachtneming van de in bijlage XII, deel A, punt 2, vermelde maxima zijn geproduceerd, kunnen de lidstaten vrijstelling van een of meer bepalingen van een of meer in bijlage IV of XI genoemde regelgevingen verlenen, mits zij relevante alternatieve voorschriften opleggen.
Met „alternatieve voorschriften” worden administratieve bepalingen en technische voorschriften bedoeld waarmee een verkeersveiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd dat voor zover praktisch haalbaar even hoog is als het niveau waarin de bepalingen van bijlage IV of bijlage XI, naargelang het geval, voorzien.
2. Voor de in lid 1 bedoelde voertuigen kunnen de lidstaten vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen van deze richtlijn.
3. Van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen kan alleen vrijstelling worden verleend wanneer de lidstaat daartoe redelijke gronden heeft.
4. Voor de typegoedkeuring van in dit artikel bedoelde voertuigen aanvaarden de lidstaten systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor een typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de in bijlage IV vermelde regelgevingen.
5. Op het typegoedkeuringscertificaat wordt aangegeven welke vrijstellingen overeenkomstig de leden 1 en 2 zijn verleend.
Het typegoedkeuringscertificaat, waarvan het model is weergegeven in bijlage VI, mag niet het opschrift „EG-typegoedkeuringscertificaat voor voertuigen” dragen. De typegoedkeuringscertificaten worden evenwel genummerd volgens bijlage VII.
6. De geldigheid van de typegoedkeuring is beperkt tot het grondgebied van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend. Op verzoek van de fabrikant zendt de goedkeuringsinstantie per aangetekend schrijven of per e-mail echter een afschrift van het goedkeuringscertificaat en de bijbehorende bijlagen aan de goedkeuringsinstanties van de door de fabrikant aangewezen lidstaten toe.
Binnen 60 werkdagen na de datum van ontvangst beslissen deze lidstaten of zij de typegoedkeuring al dan niet aanvaarden. Zij delen die beslissing formeel mede aan de in de eerste alinea bedoelde goedkeuringsinstanties.
Een lidstaat weigert de typegoedkeuring niet tenzij hij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan zijn eigen technische voorschriften.
7. Op verzoek van een aanvrager die een voertuig in een andere lidstaat wenst te verkopen, te registreren of in het verkeer te brengen, verstrekt de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, aan de aanvrager een afschrift van het typegoedkeuringscertificaat, met inbegrip van het informatiepakket.
Een lidstaat staat de verkoop, de registratie of het in verkeer brengen van dit voertuig toe, tenzij hij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan zijn eigen technische voorschriften.