Art. 20 Richtlijn 2007/46/EG, Ontheffingen voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten
1. Op verzoek van de fabrikant mogen de lidstaten een EG-typegoedkeuring verlenen aan een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer in bijlage IV, deel I, vermelde regelgevingen, mits de Commissie daarvoor volgens de in artikel 40, lid 3, bedoelde procedure een vergunning geeft.
2. In afwachting van het besluit waarbij al dan niet een vergunning wordt gegeven, mag de lidstaat een voorlopige goedkeuring die alleen op zijn grondgebied geldig is, verlenen aan een voertuigtype waarop de aangevraagde ontheffing betrekking heeft, mits hij de Commissie en de overige lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis stelt door middel van een dossier dat de volgende gegevens bevat:
a) de redenen waarom de desbetreffende technologieën of concepten tot gevolg hebben dat het systeem, het onderdeel of de technische eenheid onverenigbaar is met de voorschriften;
b) een beschrijving van de desbetreffende veiligheids- en milieuoverwegingen en van de genomen maatregelen;
c) een beschrijving van de tests en de resultaten ervan, waaruit blijkt dat in vergelijking met de voorschriften waarvan ontheffing wordt aangevraagd, ten minste een even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd.
3. Andere lidstaten mogen besluiten de in lid 2 bedoelde voorlopige goedkeuring op hun grondgebied te aanvaarden.
4. Volgens de in artikel 40, lid 3, bedoelde procedure besluit de Commissie of zij de lidstaat al dan niet toestemming geeft om aan dat voertuigtype een EG-typegoedkeuring te verlenen.
Zo nodig wordt in de beschikking ook aangegeven of er op de geldigheid beperkingen, zoals bijvoorbeeld termijnen, van toepassing zijn. De geldigheidsduur van de goedkeuring bedraagt in geen geval minder dan 36 maanden.
Als de Commissie de vergunning weigert, stelt de lidstaat de houder van de in lid 2 van dit artikel bedoelde voorlopige typegoedkeuring er onverwijld van in kennis dat de voorlopige goedkeuring zal worden ingetrokken zes maanden na de datum van de beschikking van de Commissie. Voertuigen die echter in overeenstemming met de voorlopige goedkeuring zijn vervaardigd voordat deze werd ingetrokken, mogen worden geregistreerd, verkocht of in het verkeer worden gebracht in elke lidstaat die de voorlopige goedkeuring had aanvaard.
5. Dit artikel is niet van toepassing indien een systeem, onderdeel of technische eenheid voldoet aan een VN/ECE-reglement waartoe de Gemeenschap is toegetreden.