Art. 57 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. Programma's voor plattelandsontwikkeling kunnen staatsteun omvatten die tot doel heeft aanvullende nationale financiering te verschaffen, zoals bedoeld in artikel 89 van Verordening (EG) nr. 1698/2005, ten behoeve van maatregelen of concrete acties die binnen de werkingssfeer van artikel 36 van het Verdrag vallen, mits die staatssteun overeenkomstig punt 9, onder A, van bijlage II bij de onderhavige verordening is geïdentificeerd.
2. Programma's voor plattelandsontwikkeling kunnen staatssteun omvatten die tot doel heeft de financiële bijdragen te verschaffen die de lidstaten leveren als tegenwaarde voor de communautaire steun, zoals bedoeld in artikel 88 van Verordening (EG) nr. 1698/2005, ten behoeve van de in de artikelen 25 en 52 van die verordening bedoelde maatregelen en van concrete acties in het kader van de in de artikelen 28 en 29 van die verordening bedoelde maatregelen of om aanvullende nationale financiering zoals bedoeld in artikel 89 van die verordening te verschaffen ten behoeve van de in de artikelen 25, 27 en 52 van die verordening bedoelde maatregelen en van de concrete acties in het kader van de in de artikelen 28 en 29 van die verordening bedoelde maatregelen, welke buiten de werkingssfeer van artikel 36 van het Verdrag vallen, mits die staatssteun overeenkomstig punt 9, onder B, van bijlage II bij de onderhavige verordening is geïdentificeerd.
3. De uitgaven die worden gedaan voor de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregelen en concrete acties, zijn slechts subsidiabel indien de desbetreffende steun geen onrechtmatige steun in de zin van artikel 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad (18) is op het tijdstip waarop die steun wordt toegekend.
Indien in het kader van de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregelen steun moet worden toegekend voor concrete acties op basis van bestaande steunregelingen in de zin van artikel 1, onder b) en d), van Verordening (EG) nr. 659/1999, ziet de beheersautoriteit of enige andere bevoegde autoriteit in de lidstaat erop toe dat de eventueel geldende aanmeldingsverplichtingen voor individuele steun in de zin van artikel 1, onder e), van die verordening worden nagekomen en dat concrete acties waarvoor dergelijke verplichtingen gelden, pas worden geselecteerd nadat de desbetreffende steun overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag is aangemeld bij de Commissie en door haar is goedgekeurd.