Art. 62 Verordening (EG) nr. 1974/2006

Verordening (EG) nr. 1974/2006

1. Het gemeenschappelijke samenstel van uitgangssituatie-, output-, resultaat- en impactindicatoren voor de programma's voor plattelandsontwikkeling is opgenomen in bijlage VIII bij de onderhavige verordening. Die lijst van indicatoren vormt het in artikel 80 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde gemeenschappelijke toezicht- en evaluatiekader (GTEK).

Waar dat relevant is, worden die indicatoren uitgesplitst naar de leeftijd en het geslacht van de begunstigden en naar de omstandigheid of de maatregelen in probleemgebieden of in onder de convergentiedoelstelling vallende gebieden worden uitgevoerd.

2. De vorderingen die de output- en de resultaatindicatoren laten zien, worden behandeld in het jaarverslag over de uitvoering. In dat verslag wordt aandacht besteed aan zowel de aanvullende als de gemeenschappelijke indicatoren.

Met het oog op meting van de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma voor plattelandsontwikkeling worden indicatieve streefwaarden voor de output-, resultaat- en impactindicatoren vastgesteld voor de periode van uitvoering van het programma, met inbegrip van de in artikel 89 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde aanvullende nationale financiering.

3. Door middel van een gemeenschappelijke aanpak samen met de lidstaten stelt de Commissie richtsnoeren betreffende het GTEK vast. Die richtsnoeren bevatten ten minste de volgende elementen:

a) de eisen inzake het toezicht;

b) de organisatie van de ex-ante-, de midterm- en de ex-postevaluatie en de gemeenschappelijke evaluatievragen voor elke maatregel voor plattelandsontwikkeling;

c) richtsnoeren inzake het meldsysteem ten behoeve van de beoordeling van de volgens de indicatoren gemaakte vorderingen;

d) informatiebladen per maatregel die de interventielogica en de verschillende indicatoren bevatten;

e) informatiebladen waarin de uitgangssituatie-, output-, resultaat- en impactindicatoren worden beschreven.