Art. 55 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. In het geval van investeringen kunnen de subsidiabele uitgaven slechts betrekking hebben op:
a) de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen;
b) de aankoop of huurkoop van nieuwe machines en bedrijfsuitrusting, met inbegrip van computerprogrammatuur, tot ten hoogste de marktwaarde van het bedrijfsmiddel. Andere kosten in verband met een huurkoopovereenkomst, zoals de marge voor de verhuurder, de met de financiering gemoeide rentekosten, de indirecte kosten en de verzekeringskosten, zijn geen subsidiabele uitgaven;
c) algemene kosten in verband met de onder a) en b) bedoelde uitgaven, zoals die voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs, het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en het verkrijgen van octrooien en licenties.
In afwijking van de eerste alinea, onder b), en alleen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (16), kunnen de lidstaten, wanneer daarvoor goede gronden zijn, de voorwaarden vaststellen waaronder de uitgaven voor de aankoop van tweedehands bedrijfsuitrusting als subsidiabel kunnen worden beschouwd.
2. In het geval van investeringen in de landbouw komen de aankoop van landbouwproductierechten, dieren en zaai- en pootgoed van jaarlijkse gewassen alsook het planten daarvan niet voor investeringssteun in aanmerking.
In geval van het herstel van door een natuurramp beschadigd agrarisch productiepotentieel zoals bedoeld in artikel 20, onder b), punt vi), van Verordening (EG) nr. 1698/2005, kunnen de uitgaven voor aanschaf van dieren als subsidiabele uitgaven gelden
Gewone vervangingsinvesteringen komen niet voor investeringssteun in aanmerking.