Art. 52 Verordening (EG) nr. 1974/2006
Verordening (EG) nr. 1974/2006
1. Wat de in artikel 51 van de onderhavige verordening bedoelde acties op het gebied van financiële instrumentering betreft, zijn de uitgaven die overeenkomstig artikel 26, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 aan de Commissie worden gedeclareerd, de totale uitgaven die zijn betaald voor de oprichting van of de verlening van bijdragen aan de betrokken fondsen.
Wanneer overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 het saldo wordt betaald en het programma voor plattelandsontwikkeling wordt afgesloten, zijn de subsidiabele uitgaven evenwel het totaal van:
a) de betalingen voor investeringen in ondernemingen uit elk van de betrokken fondsen of de door garantiefondsen verstrekte garanties, met inbegrip van de door garantiefondsen als garanties toegezegde bedragen;
b) de subsidiabele beheerskosten.
Het verschil tussen de ELFPO-bijdrage die daadwerkelijk voor acties op het gebied van financiële instrumentering is betaald, en de subsidiabele uitgaven zoals bedoeld in de tweede alinea, onder a) of b), wordt verrekend in het kader van de jaarrekeningen over het laatste jaar van uitvoering van het programma.
2. De rente die is opgebracht door de in het kader van de programma's voor plattelandsontwikkeling aan de fondsen betaalde bedragen, wordt gebruikt voor de financiering van acties op het gebied van financiële instrumentering ten behoeve van individuele ondernemingen.
3. De middelen die naar de concrete actie terugvloeien als opbrengst van door de fondsen gedane investeringen of die resteren nadat alle garanties gestand zijn gedaan, worden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten gebruikt ten bate van individuele ondernemingen.