Art. 51 Verordening (EG) nr. 1974/2006

Verordening (EG) nr. 1974/2006

1. Degenen die de fondsen medefinancieren of sponsoren, dienen bij de beheersautoriteit een bedrijfsplan in dat gegevens bevat over onder meer de beoogde markt of garantieportefeuille, de financieringscriteria en -voorwaarden, de exploitatiebegroting van het fonds, de eigendomssituatie en de medefinancierende partners, de aan de leiding gestelde eisen op het gebied van professionele aanpak, deskundigheid en onafhankelijkheid, de statuten van het fonds, de motivering en het beoogde gebruik van de bijdrage uit het ELFPO, het exitbeleid ten aanzien van de investeringen en de bepalingen inzake de opheffing van het fonds, inclusief het gebruik van de dankzij de bijdrage uit het ELFPO verkregen opbrengsten. Door of onder verantwoordelijkheid van de beheersautoriteit wordt het bedrijfsplan beoordeeld en wordt toezicht uitgeoefend op de uitvoering ervan.

2. De fondsen worden opgericht als een onafhankelijke rechtspersoon die wordt beheerd op basis van een overeenkomst tussen de aandeelhouders, of als een afzonderlijk blok van financiële middelen binnen een bestaande financiële instelling. In dit laatste geval gelden voor het fonds specifieke uitvoeringsbepalingen die met name voorschrijven dat afzonderlijke rekeningen worden bijgehouden waarin de nieuwe middelen die in het fonds worden geïnvesteerd, met inbegrip van die welke worden bijgedragen door het ELFPO, worden onderscheiden van die welke oorspronkelijk in de financiële instelling beschikbaar waren. De Commissie kan geen vennoot of aandeelhouder in het fonds worden.

3. De fondsen investeren in of verstrekken garanties aan ondernemingen bij de oprichting, in de vroegste stadia of bij een uitbreiding van die ondernemingen, zulks alleen voor activiteiten die de beheerders van het fonds als potentieel levensvatbaar beschouwen. Bij de beoordeling van de economische levensvatbaarheid wordt rekening gehouden met alle bronnen van inkomsten van de betrokken ondernemingen. De fondsen investeren niet in en verstrekken geen garanties aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (15).

4. De beheersautoriteiten en de fondsen nemen voorzorgsmaatregelen om de verstoring van de mededinging op de markt voor risicokapitaal of leningen tot een minimum te beperken. Met name kunnen opbrengsten uit aandelenparticipaties en leningen, na aftrek van een evenredig deel van de beheerskosten, op preferentiële basis worden toegewezen aan de aandeelhouders uit de privésector tot het beloningsniveau dat in de aandeelhoudersovereenkomst is vastgesteld, waarna zij naar evenredigheid over alle aandeelhouders en het ELFPO worden verdeeld.

5. De beheerskosten van de fondsen mogen gedurende de looptijd van het programma gemiddeld per jaar niet meer bedragen dan 3 % van het gestorte kapitaal (2 % in het geval van garantiefondsen), tenzij na een op concurrentie gebaseerde aanbesteding een hoger percentage noodzakelijk blijkt.

6. De voorwaarden voor de verlening van bijdragen aan de fondsen in het kader van de programma's voor plattelandsontwikkeling, die onder meer betrekking hebben op de verwachte prestaties, de investeringsstrategie en -planning, de uitoefening van het toezicht, het exitbeleid ten aanzien van de investeringen en de bepalingen inzake de opheffing, worden vastgelegd in een financieringsovereenkomst die moet worden gesloten tussen het fonds enerzijds en de lidstaat of de beheersautoriteit anderzijds.

7. Voor de bijdragen aan de fondsen uit het ELFPO en uit andere bronnen in de overheidssector en voor de investeringen die de fondsen doen in of de garanties die zij verstrekken aan individuele ondernemingen, gelden de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 of de communautaire voorschriften inzake staatssteun.