Art. 9 Verordening (EG) nr. 1857/2006, Steun voor producentengroeperingen

Verordening (EG) nr. 1857/2006

1. Aanloopsteun voor de oprichting van producentengroeperingen of unies van producentengroeperingen is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, indien hij aan de in de leden 2 tot en met 8 van dit artikel vastgestelde voorwaarden voldoet.

2. De volgende entiteiten komen in aanmerking voor de in lid 1 bedoelde steun, op voorwaarde dat zij volgens de wetgeving van de betrokken lidstaat voor bijstand in aanmerking komen:

a) producentengroeperingen of unies van producentengroeperingen die betrokken zijn bij de productie van landbouwproducten; en/of

b) producentenverenigingen die belast zijn met het toezicht op het gebruik van geografische oorsprongsaanduidingen en — benamingen of kwaliteitslabels overeenkomstig het Gemeenschapsrecht.

In de statuten van de producentengroepering of unie van producentengroeperingen moet voor de leden de verplichting zijn opgenomen hun productie af te zetten volgens de door de groepering of de unie vastgestelde voorschriften inzake aanvoer en afzet. De statuten mogen toestaan dat een deel van de productie rechtstreeks door de producent wordt afgezet. De statuten moeten bepalen dat producenten die tot de groepering of de unie toetreden, gedurende ten minste drie jaar lid ervan moeten blijven en hun lidmaatschap ten minste twaalf maanden van tevoren moeten opzeggen. Voorts moeten de statuten gemeenschappelijke regels inhouden inzake de productie, met name wat de kwaliteit van de producten of de toepassing van biologische productiemethoden of andere milieuvriendelijke methoden betreft, alsmede gemeenschappelijke regels voor de afzet van de producten en regels inzake productinformatie, met name over het oogsten en de beschikbaarheid. Producenten dienen echter zelf verantwoordelijk te blijven voor het beheer van hun eigen bedrijf. Overeenkomsten die in het kader van een producentengroepering of een unie van producentengroeperingen worden gesloten, moeten voldoen aan alle relevante mededingingsrechtelijke bepalingen, met name de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.

3. Tot de in aanmerking komende uitgaven worden gerekend de huur van geschikte panden, de aanschaf van kantooruitrusting, waaronder computerapparatuur en -programmatuur, kosten van administratief personeel, overheadkosten en vergoedingen voor juridische en ambtelijke handelingen. Indien de betrokken panden worden aangekocht, worden de in aanmerking komende uitgaven beperkt tot de huurkosten tegen markttarieven.

4. De steun mag niet worden betaald voor kosten die meer dan vijf jaar na de erkenning van de producentenorganisatie worden gemaakt, en mag evenmin meer dan zeven jaar na die erkenning worden betaald. Dit laat de mogelijkheid onverlet steun toe te kennen met betrekking tot in aanmerking komende uitgaven die uitsluitend voortvloeien uit het feit dat de begunstigde als gevolg van de toetreding van nieuwe leden en/of een uitbreiding met nieuwe producten een jaarlijkse omzetstijging van ten minste 30 % boekt.

5. Er mag geen steun worden toegekend aan productieorganisaties, zoals vennootschappen of coöperaties, die het beheer van één of meer landbouwbedrijven tot doel hebben en daarom in feite als een enkele producent moeten worden beschouwd.

6. Er mag geen steun worden toegekend aan andere landbouwverenigingen die op de bedrijven van de leden taken in verband met de landbouwproductie vervullen, zoals onderlinge samenwerking en dienstverlening in de vorm van bedrijfsverzorging en ondersteuning van het bedrijfsbeheer, zonder zich bezig te houden met de gezamenlijke aanpassing van het aanbod aan de markt.

7. Het totale steunbedrag dat uit hoofde van dit artikel aan een producentengroepering of unie van producentengroeperingen wordt toegekend, mag niet meer bedragen dan 400 000 EUR.

8. Er mag geen steun worden toegekend aan producentengroeperingen of unies van producentengroeperingen waarvan de doelstellingen onverenigbaar zijn met een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke marktordening.

Vorige artikelen

Volgende artikelen