Art. 4 Verordening (EG) nr. 1857/2006, Investeringen in landbouwbedrijven

Verordening (EG) nr. 1857/2006

1. Steun voor investeringen in binnen de Gemeenschap gelegen landbouwbedrijven die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, indien hij aan de in de leden 2 tot en met 10 van dit artikel vastgestelde voorwaarden voldoet.

2. De brutosteunintensiteit mag niet meer bedragen dan:

a) 50 % van de in aanmerking komende investeringen in probleemgebieden of in de in artikel 36, onder a), i), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig de artikelen 50 en 94 van die verordening;

b) 40 % van de in aanmerking komende investeringen in andere gebieden;

c) 60 % van de in aanmerking komende investeringen in probleemgebieden of in de in artikel 36, onder a), i), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig de artikelen 50 en 94 van die verordening, en 50 % in andere gebieden indien de investeringen worden gedaan door jonge landbouwers binnen vijf jaar na vestiging;

d) 75 % van de in aanmerking komende investeringen in de ultraperifere gebieden en in de in Verordening (EEG) nr. 2019/93 van de Raad (13) bedoelde kleinere eilanden in de Egeïsche Zee;

e) 75 % van de in aanmerking komende investeringen in de onder a) bedoelde gebieden en 60 % in andere gebieden indien de investeringen aanleiding geven tot extra kosten in verband met de bescherming en de verbetering van het milieu, de verbetering van de hygiëne op veehouderijbedrijven of de verbetering van het welzijn van landbouwhuisdieren. Deze verhoging mag alleen worden toegepast voor investeringen die verder gaan dan wat volgens de geldende communautaire minimumeisen nodig is, of voor met het oog op de naleving van pas ingevoerde minimumnormen gedane investeringen. De verhoging moet beperkt blijven tot de noodzakelijke extra in aanmerking komende kosten en mag niet worden toegepast voor investeringen die een stijging van de productiecapaciteit tot gevolg hebben.

3. De investeringen moeten met name gericht zijn op de volgende doelstellingen:

a) verlaging van de productiekosten;

b) verbetering en omschakeling van de productie;

c) verhoging van de kwaliteit;

d) instandhouding en verbetering van het natuurlijke milieu, of verbetering van de hygiëneomstandigheden of de normen inzake dierenwelzijn.

4. De in aanmerking komende uitgaven kunnen betrekking hebben op:

a) de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;

b) de koop of huurkoop van machines en materieel, met inbegrip van computerprogrammatuur, tot maximaal de marktwaarde van de activa;

c) algemene kosten in verband met de onder a) en b) bedoelde uitgaven, zoals kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs, haalbaarheidsstudies en het verkrijgen van octrooien en licenties.

Andere dan de in de eerste alinea, onder b), genoemde kosten in verband met een huurkoopcontract (belastingen, marge voor de verhuurder, kosten voor de herfinanciering van rente, overheadkosten, verzekeringspremies enz.) zijn geen in aanmerking komende uitgaven;

5. Er mag slechts steun worden toegekend aan landbouwbedrijven die geen ondernemingen in moeilijkheden zijn.

Steun om de begunstigde in staat te stellen te voldoen aan nieuw ingevoerde minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, is toegestaan.

6. De steun mag niet worden toegekend in strijd met verbods- of beperkende bepalingen die zijn vastgesteld in verordeningen van de Raad houdende een gemeenschappelijke marktordening, ook niet als dergelijke verboden en beperkingen uitsluitend betrekking hebben op communautaire steunverlening.

7. De steun mag niet worden beperkt tot specifieke landbouwproducten en moet dus ter beschikking staan van alle landbouwsectoren, tenzij een lidstaat bepaalde producten uitsluit vanwege overcapaciteit of een gebrek aan afzetmogelijkheden. Er mag geen steun worden toegekend in verband met:

a) de aankoop van productierechten, dieren en eenjarige gewassen;

b) de aanplant van eenjarige gewassen;

c) draineerwerkzaamheden of irrigatieapparatuur en irrigatiewerkzaamheden, tenzij dergelijke investeringen leiden tot een daling van het waterverbruik met ten minste 25 %;

d) gewone vervangingsinvesteringen.

8. Voor de aankoop van andere grond dan bouwgrond mag steun worden toegekend tot ten hoogste 10 % van de in aanmerking komende kosten van de investering.

9. Het maximale steunbedrag dat tijdens om het even welke periode van drie fiscale jaren per bedrijf wordt toegekend, mag niet hoger zijn dan 400 000 EUR, of dan 500 000 EUR indien het bedrijf gevestigd is in een probleemgebied of in één van de in artikel 36, onder a), i), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde gebieden die door de lidstaten overeenkomstig de artikelen 50 en 94 van die verordening zijn aangewezen.

10 Er mag geen steun worden toegekend voor de vervaardiging van producten die melk en zuivelproducten imiteren of vervangen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen