Art. 15, Afgifte met terugwerkende kracht van bepaalde documenten

1. In afwijking van artikel 13, lid 1, en artikel 14 van de onderhavige verordening en op voorwaarde dat de invoerder of (weder)uitvoerder de bevoegde administratieve instantie bij de aankomst respectievelijk vóór het vertrek van de betrokken zending in kennis stelt van de redenen waarom de vereiste documenten niet beschikbaar zijn, mogen in uitzonderlijke gevallen de documenten voor specimens van de in de bijlagen B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten alsmede voor de in artikel 4, lid 5, van genoemde verordening bedoelde specimens van de in bijlage A bij die verordening opgenomen soorten met terugwerkende kracht worden afgegeven.

2. De afwijking waarin lid 1 voorziet, is van toepassing indien ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie van de lidstaat — die daarover zo nodig overleg pleegt met de bevoegde instanties van derde landen — is aangetoond dat de invoerder of (weder)uitvoerder niet verantwoordelijk is voor de onregelmatigheden die zich eventueel hebben voorgedaan, en dat de invoer of (weder)uitvoer van de betrokken specimens voor het overige in overeenstemming is met Verordening (EG) nr. 338/97, de Overeenkomst en de desbetreffende wetgeving van de betrokken derde landen.

3. Op de krachtens lid 1 afgegeven documenten wordt duidelijk vermeld dat zij met terugwerkende kracht zijn afgegeven en wordt de reden van deze afgifte vermeld.

In het geval van invoervergunningen, uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten van de Gemeenschap wordt deze vermelding aangebracht in vak 23.

4. Het secretariaat van de Overeenkomst wordt van krachtens de leden 1, 2 en 3 afgegeven uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten in kennis gesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen