Art. 14, Geldigheid van door derde landen afgegeven documenten
Wanneer specimens in de Gemeenschap worden binnengebracht, worden de vereiste van derde landen afkomstige documenten alleen als geldig beschouwd, indien zij voor de uitvoer of wederuitvoer van de specimens uit het betrokken land zijn afgegeven en voor dat doel zijn gebruikt vóór het verstrijken van hun geldigheidsduur en indien zij niet later dan zes maanden na de afgiftedatum worden gebruikt voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap.
Certificaten van oorsprong voor specimens van de in bijlage C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten mogen evenwel tot twaalf maanden na de afgiftedatum ervan voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap worden gebruikt, en certificaten voor reizende tentoonstellingen en certificaten van persoonlijke eigendom mogen tot drie jaar na de afgiftedatum ervan voor het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap alsook voor het aanvragen van overeenkomstige certificaten conform de artikelen 30 en 37 van de onderhavige verordening worden gebruikt.