Rb. Midden-Nederland 29 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5856

retrospectieve invoervergunning, kaviaar, China, CITES, overmacht, proportionaliteit artikel 15 Uitvoeringsverordening Invoer van kaviaar zonder daartoe strekkende invoervergunning. Aanvraag om een retrospectieve invoervergunning afgewezen omdat niet is voldaan aan de tweede voorwaarde genoemd in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsverordening (Verordening (EG) nr. 865/2006). Eiseres moet namelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan bij de invoer van de kaviaar, namelijk het ontbreken van een invoervergunning. Niet gebleken dat eiseres niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Het in dit geval vasthouden aan de regelgeving is in overeenstemming met het doel van de regelgeving. Met het stellen van voorwaarden voor het verlenen van een retrospectieve invoervergunning wordt immers bijgedragen aan de controle op het handelsverkeer ter bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het invoeren zonder invoervergunning beperkt dan wel ontneemt verweerder de controlemogelijkheden, wat in strijd is met de hiervoor genoemde doelstelling. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen